Welke WBDBO geldt voor een PGS 15-opslag?

Voor een reguliere opslagvoorziening voor verpakte gevaarlijke stoffen volgens PGS 15:2021 geldt als uitgangspunt dat de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen de opslagvoorziening en een andere ruimte ten minste 60 minuten in beide richtingen bedraagt.

Dat betekent niet automatisch dat simpelweg een 60 minuten brandwerende wand moet worden geplaatst.

WBDBO is een prestatie tussen ruimten. Daarbij kunnen wanden, vloeren, dakconstructies, deuren, doorvoeringen, gevels, openingen en afstand allemaal een rol spelen.

Voor een uitpandige opslagvoorziening biedt PGS 15 bovendien mogelijkheden waarbij afstand een deel van de vereiste bescherming levert. Bij voldoende afstand kan daardoor minder of zelfs geen aanvullende brandwerendheid van bepaalde constructiedelen nodig zijn.

Een correcte WBDBO-beoordeling vraagt daarom om meer dan de constatering dat een wand of deur “60 minuten brandwerend” is.

VNCW Consultants kan bestaande en nieuwe PGS 15-opslagvoorzieningen beoordelen op de samenhang tussen WBDBO, brandwerendheid, afstand, compartimentering en de eisen uit PGS 15 en het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Laat de WBDBO van uw PGS 15-opslag beoordelen

 

Wat betekent WBDBO?

WBDBO staat voor:

weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag.

De waarde wordt uitgedrukt in minuten en wordt volgens NEN 6068 bepaald.

Daarbij zijn twee verschillende manieren waarop brand zich kan verspreiden relevant.

Branddoorslag betreft branduitbreiding via de scheidende constructie tussen ruimten.

Brandoverslag betreft branduitbreiding via de buitenlucht, bijvoorbeeld vanuit een gevelopening naar een andere gevelopening.

WBDBO zegt daarmee iets over de tijd die nodig is voordat een brand zich van de ene ruimte naar een andere ruimte kan uitbreiden.

Dat is iets anders dan de brandwerendheid van één afzonderlijk bouwdeel.

WBDBO is niet hetzelfde als brandwerendheid

Dit onderscheid is essentieel.

WBDBO is een eis tussen ruimten.

Brandwerendheid is een eigenschap van een constructieonderdeel.

Een wand, deur, vloer of glasconstructie kan bijvoorbeeld een bepaalde brandwerendheid hebben. Die eigenschap wordt gebruikt om de vereiste WBDBO tussen ruimten te realiseren.

Een wand kan bijvoorbeeld als EI60 zijn geclassificeerd en een deur kan een brandwerendheidsclassificatie hebben. Maar daarmee staat niet automatisch vast dat de volledige scheidingsconstructie in de praktijk 60 minuten WBDBO realiseert.

Ook de aansluiting van de wand op vloer en dak, de constructieve stabiliteit, deuren, leidingdoorvoeringen, ventilatiekanalen en andere openingen kunnen bepalend zijn.

Een PGS 15-beoordeling moet daarom naar het geheel kijken.

60 minuten WBDBO volgens PGS 15

PGS 15:2021 stelt voor reguliere opslagvoorzieningen als basis een WBDBO van ten minste 60 minuten tussen de opslagvoorziening en een andere ruimte.

Deze prestatie geldt in beide richtingen.

Dat laatste is belangrijk.

De opslag moet enerzijds worden beschermd tegen een brand die buiten de opslagvoorziening ontstaat. Anderzijds moet worden voorkomen dat een brand vanuit de PGS 15-opslag zich te snel naar een andere ruimte kan uitbreiden.

Dit wordt soms omschreven als:

60 minuten van binnen naar buiten én 60 minuten van buiten naar binnen.

Juist dit punt kan een verschil opleveren tussen een beoordeling die uitsluitend vanuit het Bbl is uitgevoerd en een beoordeling volgens PGS 15.

PGS 15 en het Bbl zijn niet hetzelfde

Het Besluit bouwwerken leefomgeving bevat algemene bouwtechnische eisen voor brandveiligheid.

PGS 15 stelt aanvullende eisen die specifiek samenhangen met de opslag van gevaarlijke stoffen.

Daarom mag niet zonder verdere beoordeling worden aangenomen dat een brandcompartiment dat aan het Bbl voldoet automatisch ook aan PGS 15 voldoet.

PGS 15 wijkt op verschillende punten af.

Een belangrijk voorbeeld is dat PGS 15 de vereiste WBDBO in beide richtingen verlangt. Ook zijn er verschillen in de wijze waarop bepaalde brandwerendheidscriteria mogen worden gebruikt.

Een bouwtekening waarop “WBDBO 60 minuten” staat, vormt daarom niet automatisch voldoende bewijs dat ook aan de specifieke PGS 15-eisen is voldaan.

Waarom stelt PGS 15 aanvullende eisen?

In een regulier industrieel gebouw wordt brandveiligheid beoordeeld op basis van de risico’s die bij het normale gebruik van zo’n gebouw horen.

Een opslagvoorziening met gevaarlijke stoffen kan echter een afwijkend brandverloop hebben.

Brandbare vloeistoffen, oxiderende stoffen, spuitbussen en andere gevaarlijke producten kunnen invloed hebben op de snelheid en intensiteit waarmee een brand zich ontwikkelt.

Daarom stelt PGS 15 aanvullende voorwaarden aan de constructieve scheiding van een opslagvoorziening.

Het doel is zowel het beperken van branduitbreiding vanuit de opslag als het beschermen van de gevaarlijke stoffen tegen een externe brand.

Inpandige PGS 15-opslag

Een inpandige opslagvoorziening bevindt zich binnen een ander gebouw.

Hier is de scheiding met omliggende ruimten bijzonder belangrijk.

Als 60 minuten WBDBO vereist is, moeten de relevante constructiedelen gezamenlijk deze prestatie realiseren.

Dat kan betrekking hebben op:

  • wanden;
  • vloeren;
  • plafond- of dakconstructie;
  • deuren;
  • glas;
  • leidingdoorvoeringen;
  • kabeldoorvoeringen;
  • ventilatiekanalen;
  • brandkleppen;
  • aansluitingen tussen constructiedelen.

Een opslagruimte met een gecertificeerde brandwerende wand kan daardoor alsnog onvoldoende zijn wanneer bijvoorbeeld een later aangebrachte kabeldoorvoer niet correct brandwerend is afgewerkt.

Uitpandige PGS 15-opslag

Voor een uitpandige opslagvoorziening biedt PGS 15 meer mogelijkheden om afstand onderdeel te laten zijn van de WBDBO-prestatie.

Bij een uitpandige opslag kan de vereiste bescherming volgens de PGS 15:2021-systematiek bijvoorbeeld worden gerealiseerd met:

0 meter afstand: de vereiste WBDBO moet volledig door de constructieve oplossing worden gerealiseerd.

5 meter afstand: een combinatie is mogelijk waarbij wanden, dak en constructie ten minste 30 minuten brandwerend zijn.

10 meter afstand: er gelden vanuit deze PGS 15-systematiek geen aanvullende eisen aan de brandwerendheid van wanden, dak en constructie om de WBDBO via deze route te realiseren.

Dit laat zien waarom afstand bij het ontwerp van een gevaarlijke-stoffenopslag financieel interessant kan zijn.

Wanneer voldoende terreinruimte beschikbaar is, kan afstand soms bouwkundige brandwerendheidsmaatregelen beperken.

De concrete situatie moet uiteraard volledig worden getoetst; andere eisen kunnen nog steeds van toepassing zijn.

Afstand of brandwerende constructie?

Bij nieuwbouw kan hierdoor een belangrijke ontwerpkeuze ontstaan.

Stel dat een bedrijf een vrijstaande PGS 15-opslag wil bouwen.

Dan kan worden onderzocht of het aantrekkelijker is om de opslag dicht bij een bestaand gebouw te plaatsen en een zwaardere brandwerende constructie toe te passen, of juist meer afstand te creëren en de bouwkundige brandwerendheid te beperken.

De keuze heeft gevolgen voor:

bouwkosten,

beschikbare terreinoppervlakte,

interne logistiek,

bereikbaarheid,

toekomstige uitbreidingsmogelijkheden.

Een WBDBO-analyse is daardoor niet alleen een compliancecontrole, maar kan ook onderdeel zijn van een optimalisatie van het terreinontwerp.

Brandwerende deuren

Een brandwerende wand heeft weinig waarde wanneer een deur in die wand niet aan de noodzakelijke prestatie voldoet.

Daarom moet bij PGS 15-opslag ook naar deuren worden gekeken.

Niet alleen de classificatie van de deur is relevant. Ook het kozijn, hang- en sluitwerk, montage en zelfsluitende functie kunnen onderdeel zijn van de vereiste uitvoering.

Een veelvoorkomend probleem bij bestaande opslagvoorzieningen is dat een oorspronkelijk correct aangebrachte deur later niet meer goed functioneert.

De deur wordt bijvoorbeeld opengezet voor logistieke werkzaamheden, een zelfsluitend mechanisme werkt niet meer of er zijn aanpassingen aan de constructie uitgevoerd.

De praktische werking moet daarom onderdeel zijn van periodieke inspecties.

Doorvoeringen: een veelvoorkomend probleem

Doorvoeringen behoren tot de belangrijkste aandachtspunten bij bestaande brandwerende scheidingen.

In een magazijn worden in de loop van de tijd vaak nieuwe installaties aangebracht.

Denk aan:

  • elektrische kabels;
  • databekabeling;
  • sprinklerleidingen;
  • waterleidingen;
  • perslucht;
  • ventilatiekanalen;
  • verwarmingsleidingen.

Wanneer daarvoor een opening in een brandwerende wand wordt gemaakt, moet deze correct worden afgewerkt met een daarvoor geschikte brandwerende voorziening.

Een niet-afgedichte of verkeerd afgewerkte doorvoer kan de prestatie van de volledige scheiding aantasten.

Een visuele inspectie van alleen de wand is daarom onvoldoende.

Ventilatie door een brandwerende scheiding

Ook ventilatie verdient bijzondere aandacht.

Een ventilatiekanaal dat door een brandwerende scheiding loopt, vormt feitelijk een opening in die scheiding.

Daarom moet worden onderzocht hoe de brandwerende prestatie ter plaatse van het ventilatiesysteem wordt geborgd.

Afhankelijk van het ontwerp kunnen bijvoorbeeld brandkleppen of andere gecertificeerde voorzieningen noodzakelijk zijn.

Dit moet bovendien aansluiten bij de ventilatie-eisen die vanuit de opgeslagen stoffen zelf volgen.

Bij een PGS 15-ontwerp moeten ventilatie en brandcompartimentering daarom gezamenlijk worden bekeken.

Constructieve stabiliteit

Een brandwerende wand moet tijdens de vereiste periode ook daadwerkelijk blijven staan.

Dit klinkt vanzelfsprekend, maar is in bestaande gebouwen niet altijd aantoonbaar.

Wanneer de draagconstructie eerder bezwijkt dan de vereiste WBDBO-periode, kan een brandwerende wand eveneens bezwijken.

Daarom kan de constructieve brandwerendheid relevant zijn.

Het heeft weinig zin een 60 minuten brandwerende scheidingswand te realiseren wanneer de constructie waarvan deze afhankelijk is aanzienlijk eerder faalt.

Dakconstructie

Ook het dak kan onderdeel zijn van het brandveiligheidsconcept.

Bij brandoverslag kan de route via gevel en dak relevant zijn.

PGS 15 stelt daarnaast eisen aan het materiaalgebruik van opslagvoorzieningen.

Bij het beoordelen van een bestaande opslag moet daarom niet alleen horizontaal naar de aangrenzende ruimten worden gekeken.

Ook verticale en externe branduitbreidingsroutes kunnen relevant zijn.

Wat betekent EI60?

Bij brandwerende constructies worden vaak aanduidingen gebruikt zoals EI60.

De letters hebben betrekking op verschillende prestatiecriteria.

E heeft betrekking op vlamdichtheid.

I heeft betrekking op thermische isolatie.

R heeft betrekking op het bezwijken of draagvermogen van een constructie.

Welke classificatie voor een specifiek constructiedeel noodzakelijk is, hangt af van de functie van het bouwdeel en de wijze waarop de WBDBO moet worden gerealiseerd.

Daarom moet een productclassificatie altijd worden beoordeeld in relatie tot de volledige constructie.

Een EI60-wand is niet automatisch 60 minuten WBDBO

Dit verdient een afzonderlijke waarschuwing.

Een leverancier kan aantonen dat een wandconstructie een bepaalde brandwerendheidsclassificatie heeft.

Dat zegt iets over de prestatie van die wand binnen de voorwaarden waaronder de constructie is getest en geclassificeerd.

De WBDBO is echter een eigenschap tussen ruimten.

Daarom moeten ook aansluitingen, openingen, deuren, constructieve stabiliteit en eventuele brandoverslagroutes worden meegenomen.

De redenering:

“We hebben EI60-wanden, dus we hebben automatisch 60 minuten WBDBO”

is daarom te eenvoudig.

Bestaande opslagvoorzieningen

Bij bestaande gebouwen ontstaat regelmatig een praktisch probleem: documentatie ontbreekt.

Een opslagruimte kan al twintig of dertig jaar in gebruik zijn. Bouwtekeningen zijn niet volledig, certificaten ontbreken of het gebouw is meerdere keren verbouwd.

Dan kan onzekerheid ontstaan over de werkelijke brandwerendheid.

Een PGS 15 WBDBO-beoordeling kan daarom bestaan uit:

  1. documentonderzoek;
  2. beoordeling van bestaande tekeningen;
  3. locatie-inspectie;
  4. inventarisatie van constructiedelen;
  5. controle van deuren en doorvoeringen;
  6. beoordeling van beschikbare certificaten;
  7. vaststellen van ontbrekende onderbouwing.

Wanneer eigenschappen niet aantoonbaar zijn, kan aanvullende beoordeling door een gespecialiseerde brandveiligheidsdeskundige noodzakelijk zijn.

Veelgemaakte fouten bij PGS 15 en WBDBO

In de praktijk komen regelmatig vergelijkbare problemen voor.

Een wand is bijvoorbeeld correct uitgevoerd, maar een nieuwe kabeldoorvoer is niet brandwerend afgewerkt.

Of een brandwerende deur wordt permanent opengehouden omdat dit logistiek gemakkelijker is.

Ook komt het voor dat alleen de wand wordt beoordeeld terwijl de staalconstructie onvoldoende bescherming heeft.

Een ander veelvoorkomend probleem is dat een oude bouwtekening een WBDBO-waarde vermeldt, maar dat niet duidelijk is of de berekening aansluit bij de specifieke eisen uit PGS 15.

Daarom moet de feitelijke situatie worden gecontroleerd.

Uitzonderingen voor bepaalde ADR-klasse 8- en 9-stoffen

Niet iedere PGS 15-opslag kent automatisch dezelfde WBDBO-eis.

PGS 15:2021 kent onder voorwaarden uitzonderingen voor opslag van bepaalde stoffen van ADR-klasse 8 verpakkingsgroep II en III en ADR-klasse 9 zonder bijkomend gevaar.

Voor deze specifieke categorieën kunnen de aanvullende PGS 15-eisen voor WBDBO en brandwerende scheidingen vervallen.

Dat betekent niet dat er helemaal geen bouwkundige brandveiligheidseisen meer gelden. Eisen uit andere regelgeving, waaronder het Bbl, kunnen nog steeds van toepassing zijn.

Dit is een goed voorbeeld van waarom de stoffenlijst eerst moet worden beoordeeld voordat een brandwerende opslagvoorziening wordt ontworpen.

WBDBO bij opslag van gasflessen

Voor gasflessen bevat PGS 15 aanvullende specifieke bepalingen.

Ook daarbij kunnen afstand en brandwerendheid gecombineerd worden om de noodzakelijke bescherming te bereiken.

De eisen hangen onder andere samen met de totale inhoud van de gasflessen, de afstand tot de erfgrens, gebouwen en brandbare objecten.

Bij voldoende afstand kunnen de eisen aan brandwerendheid afnemen.

Een gasflessenopslag moet daarom afzonderlijk worden beoordeeld en niet zonder meer volgens hetzelfde ontwerp als een reguliere opslag van verpakte vloeistoffen worden uitgevoerd.

60 of 90 minuten WBDBO?

Een vraag die regelmatig wordt gesteld is of een PGS 15-opslag 60 of 90 minuten WBDBO moet hebben.

De algemene PGS 15:2021-systematiek voor reguliere opslagvoorzieningen gaat uit van ten minste 60 minuten WBDBO.

Dat betekent echter niet dat 90 minuten nooit kan worden gevraagd of toegepast.

Een hogere prestatie kan bijvoorbeeld voortkomen uit:

  • het gekozen ontwerp;
  • een vergunning;
  • een specifiek brandveiligheidsconcept;
  • andere toepasselijke regelgeving;
  • een gelijkwaardige oplossing;
  • aanvullende eisen vanuit een specifieke situatie.

Daarom moet bij een eis van 90 minuten worden vastgesteld waar die eis juridisch of technisch vandaan komt.

Alleen stellen dat “PGS 15 altijd 90 minuten verlangt” is niet correct.

PGS 15:2025 en WBDBO

Ook bij WBDBO is momenteel van belang welke PGS-versie juridisch wordt toegepast.

PGS 15:2021 blijft in 2026 de aangewezen versie in de Omgevingsregeling.

PGS 15:2025 versie 1.1 is wel de nieuwste gepubliceerde technische richtlijn, maar is niet als vervanger van PGS 15:2021 aangewezen.

Bij een bestaand vergunningplichtig bedrijf kan bovendien nog een oudere PGS-versie in de omgevingsvergunning zijn voorgeschreven.

Daarom moet vóór een WBDBO-beoordeling eerst worden vastgesteld welk toetsingskader voor de betreffende opslagvoorziening geldt.

WBDBO meenemen in de ontwerpfase

Bij nieuwbouw adviseren wij WBDBO vroeg in het ontwerp te behandelen.

De locatie van een opslagvoorziening kan namelijk grote invloed hebben op de noodzakelijke bouwkundige maatregelen.

Soms kan enkele meters extra afstand leiden tot een eenvoudiger brandveiligheidsconcept.

In andere situaties is terreinruimte juist schaars en kan een hoogwaardige brandwerende constructie economisch aantrekkelijker zijn.

Door verschillende scenario’s vroeg te vergelijken kan een opslagconcept worden gekozen dat zowel veilig als praktisch en economisch uitvoerbaar is.

WBDBO-controle als onderdeel van een PGS 15 gap-analyse

Bij een PGS 15 gap-analyse kan VNCW Consultants ook de beschikbare WBDBO-documentatie en feitelijke uitvoering beoordelen.

Daarbij kan onder andere worden gekeken naar:

  • vergunning en bouwdocumentatie;
  • brandcompartimentering;
  • opgegeven WBDBO;
  • brandwerende wanden;
  • deuren;
  • doorvoeringen;
  • ventilatiekanalen;
  • constructieve aansluitingen;
  • beschikbare certificaten;
  • wijzigingen sinds de oorspronkelijke bouw.

Wanneer specialistische brandtechnische berekeningen of destructief onderzoek nodig zijn, kan worden vastgesteld welke aanvullende expertise of bewijsvoering noodzakelijk is.

Vraag een PGS 15 gap-analyse aan

 

Veelgestelde vragen over PGS 15 en WBDBO

Hoeveel minuten WBDBO verlangt PGS 15?

Voor een reguliere PGS 15:2021-opslagvoorziening geldt als uitgangspunt ten minste 60 minuten WBDBO tussen de opslagvoorziening en een andere ruimte, in beide richtingen. Voor specifieke situaties bestaan uitzonderingen en alternatieve uitvoeringen.

Is WBDBO hetzelfde als brandwerendheid?

Nee. WBDBO is een prestatie tussen ruimten. Brandwerendheid is een eigenschap van een constructieonderdeel zoals een wand, deur of vloer.

Is een EI60-wand voldoende?

Niet automatisch. De volledige scheidingsconstructie moet worden beoordeeld. Ook deuren, doorvoeringen, aansluitingen, constructieve stabiliteit en eventuele routes voor brandoverslag kunnen bepalend zijn.

Moet een uitpandige PGS 15-opslag altijd 60 minuten brandwerend zijn?

Nee. Afstand kan bijdragen aan het realiseren van de vereiste WBDBO. Binnen de PGS 15:2021-systematiek bestaan voor uitpandige opslag alternatieven waarbij 5 of 10 meter afstand invloed heeft op de benodigde brandwerendheid.

Wat geldt bij 5 meter afstand?

Bij een uitpandige opslagvoorziening kan de WBDBO volgens PGS 15:2021 onder voorwaarden worden gerealiseerd met 5 meter afstand in combinatie met ten minste 30 minuten brandwerendheid van onder andere wanden, dak en constructie.

Wat geldt bij 10 meter afstand?

Bij 10 meter afstand stelt deze specifieke PGS 15-route geen aanvullende eis aan de brandwerendheid van wanden, dak en constructie voor het realiseren van de WBDBO. Andere toepasselijke bouwkundige of veiligheidsregels blijven uiteraard relevant.

Vraagt PGS 15 60 of 90 minuten?

De algemene eis in PGS 15:2021 is voor reguliere opslagvoorzieningen ten minste 60 minuten WBDBO. Een eis van 90 minuten kan uit een andere specifieke juridische of technische grondslag voortkomen.

Moeten brandwerende deuren zelfsluitend zijn?

PGS 15 bevat eisen aan deuren in brandwerende scheidingen, waaronder zelfsluitendheid in relevante situaties. De uitvoering moet passen binnen de totale brandwerende scheiding.

Tellen kabeldoorvoeringen mee?

Ja. Een verkeerd aangebrachte of niet correct afgedichte doorvoer kan de brandwerende prestatie van de scheidingsconstructie aantasten.

Kan afstand brandwerendheid vervangen?

Bij bepaalde uitpandige situaties kan afstand geheel of gedeeltelijk bijdragen aan de vereiste bescherming tegen brandoverslag. Of dat voor een concreet ontwerp mogelijk is, moet aan de hand van PGS 15 en het totale brandveiligheidsconcept worden vastgesteld.

WBDBO van uw PGS 15-opslag laten beoordelen

Twijfelt u of de brandwerende scheidingen van uw bestaande opslagvoorziening voldoen? Of wilt u vóór nieuwbouw bepalen welke combinatie van afstand, brandwerendheid en compartimentering het meest geschikt is?

VNCW Consultants kan de PGS 15-situatie beoordelen en de eisen vertalen naar een praktisch opslagconcept.

 

Vraag een PGS 15 gap-analyse aan

Bespreek uw nieuwe opslagvoorziening met een PGS 15 adviseur

VNCW Consultants
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.