Omgevingsvergunning nodig voor een PGS 15-opslag?
Wilt u een opslagvoorziening voor verpakte gevaarlijke stoffen bouwen, uitbreiden of wijzigen? Dan moet eerst worden vastgesteld welke regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van toepassing zijn en of voor de voorgenomen opslag een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit nodig is.
Een omgevingsvergunning is niet voor iedere PGS 15-opslag verplicht. De vergunningplicht hangt onder andere af van de soorten gevaarlijke stoffen, ADR-classificatie, hoeveelheden en de wijze waarop de opslagplaatsen zijn ingericht.
Wanneer een vergunning nodig is, moet vervolgens worden bepaald welke eisen aan de opslagvoorziening worden gesteld en welke gegevens, onderzoeken en technische onderbouwingen voor de vergunningaanvraag noodzakelijk zijn.
VNCW Consultants ondersteunt bedrijven bij deze volledige route: van het beoordelen van de vergunningplicht en het opslagconcept tot de technische uitwerking en ondersteuning bij de vergunningaanvraag.
Laat beoordelen of uw PGS 15-opslag vergunningplichtig is
Wanneer is een PGS 15-opslag vergunningplichtig?
Het Besluit activiteiten leefomgeving bepaalt voor welke opslag van gevaarlijke stoffen in verpakking een omgevingsvergunning noodzakelijk is.
Een veelgenoemde grens is 10.000 kg gevaarlijke stoffen per opslagplaats. Bij 10.000 kg of meer gevaarlijke stoffen in totaal per opslagplaats ontstaat vergunningplicht.
Maar 10.000 kg is nadrukkelijk niet de enige relevante grens.
Voor bepaalde gevaarlijke stoffen ontstaat al bij aanzienlijk kleinere hoeveelheden een vergunningplicht.
Dat geldt bijvoorbeeld voor specifieke hoeveelheden en typen stoffen uit ADR-klasse 2, ADR-klasse 5.2, ADR-klasse 6.1 en ADR-klasse 8.
Daarom kan niet uitsluitend op basis van de totale hoeveelheid worden vastgesteld of een opslag vergunningplichtig is.
Een correcte beoordeling begint bij de stoffenlijst.
Meer dan 10.000 kg gevaarlijke stoffen
Voor opslagplaatsen met 10.000 kg of meer gevaarlijke stoffen in verpakking geldt in beginsel vergunningplicht voor deze milieubelastende activiteit.
Bij grotere opslagvoorzieningen spelen bovendien aanvullende veiligheidsvraagstukken.
Denk daarbij aan:
- aard en hoeveelheid van de stoffen;
- beschermingsniveau;
- brandveiligheid;
- productopvang;
- bluswateropvang;
- brandbeveiligingsinstallaties;
- organisatorische maatregelen;
- bereikbaarheid bij incidenten.
Bij het opstellen van de vergunning moeten de voor de specifieke situatie relevante voorschriften worden bepaald.
Een groot PGS 15-magazijn vraagt daarom om een andere benadering dan een relatief kleine opslagvoorziening.
Ook onder 10.000 kg kan een vergunning nodig zijn
Dit is een belangrijk aandachtspunt.
De gedachte dat iedere PGS 15-opslag onder 10 ton automatisch vergunningvrij is, is onjuist.
Het Bal kent bijvoorbeeld vergunningplicht voor bepaalde opslag van organische peroxiden uit ADR-klasse 5.2 en voor meer dan 1.000 kg van bepaalde stoffen uit ADR-klasse 6.1 verpakkingsgroep I en ADR-klasse 8 verpakkingsgroep I.
Ook voor bepaalde hoeveelheden giftige of bijtende gassen gelden specifieke vergunninggrenzen.
De stoffenlijst moet daarom worden beoordeeld op:
ADR-klasse
verpakkingsgroep
hoeveelheid
fysische/gevaareigenschappen
opslagplaats
Pas daarna kan betrouwbaar worden vastgesteld of vergunningplicht bestaat.
Vergunningplicht wordt per opslagplaats beoordeeld
Bij de grens van 10.000 kg is ook het begrip opslagplaats belangrijk.
De vergunningplicht wordt bij deze activiteit per opslagplaats beoordeeld.
Wanneer een bedrijf bijvoorbeeld twee daadwerkelijk afzonderlijke opslagplaatsen heeft met respectievelijk 6.000 kg en 5.000 kg gevaarlijke stoffen, betekent de gezamenlijke hoeveelheid van 11.000 kg volgens deze regel niet automatisch dat beide opslagplaatsen vanwege alleen die totale hoeveelheid vergunningplichtig worden.
Maar dit betekent niet dat een terrein onbeperkt kan worden opgesplitst in kleine opslagplaatsen om vergunningplicht te vermijden.
Andere regels kunnen van toepassing zijn en boven relevante Seveso-drempels ontstaat eveneens vergunningplicht.
Daarom moet altijd naar de volledige inrichting en bedrijfsactiviteit worden gekeken.
PGS 15 bij niet-vergunningplichtige opslag
Geen vergunningplicht betekent niet dat er geen regels gelden.
Voor opslag die onder de rechtstreeks werkende regels van het Bal valt, kunnen eisen uit PGS 15 rechtstreeks van toepassing zijn.
In 2026 is daarbij PGS 15:2021 van belang. Dit is de versie die momenteel in de Omgevingsregeling is aangewezen.
Een niet-vergunningplichtig bedrijf kan dus nog steeds verplicht zijn de relevante PGS 15-maatregelen toe te passen.
Ook kunnen meldingsverplichtingen gelden.
Daarom moet onderscheid worden gemaakt tussen:
vergunningplicht,
meldingsplicht, en
inhoudelijke rechtstreeks werkende regels.
Dit zijn juridisch verschillende zaken.
Welke PGS 15-versie geldt bij een vergunning?
Bij een bestaande vergunning moet eerst worden gecontroleerd welke PGS 15-versie daarin is aangewezen.
Dat kan PGS 15:2021 zijn, maar bij oudere vergunningen kan ook een eerdere versie van PGS 15 gelden.
De publicatie van een nieuwe PGS-versie wijzigt een bestaande vergunning niet automatisch.
Bij een nieuwe vergunning is PGS 15:2021 momenteel het aangewezen BBT-document.
PGS 15:2025 versie 1.1 van april 2026 is wel de meest actuele technische publicatie, maar PGS 15:2025 is niet aangewezen in de Omgevingsregeling.
In specifieke situaties kan het toch wenselijk zijn om maatregelen uit PGS 15:2025 te gebruiken. Dat moet dan juridisch en technisch worden onderbouwd.
PGS 15:2025 meenemen in een nieuw project?
Bij nieuwbouw ontstaat daardoor een interessante afweging.
Een bedrijf kan een opslagvoorziening bouwen die tientallen jaren wordt gebruikt. Het is dan niet altijd verstandig uitsluitend naar het minimale juridische kader van vandaag te kijken.
Tegelijkertijd is het evenmin verstandig om zonder beoordeling iedere maatregel uit PGS 15:2025 automatisch als vergunningseis te behandelen.
VNCW Consultants kan daarom bij nieuwe projecten twee kaders naast elkaar leggen:
het juridisch relevante PGS 15-kader, en
relevante technische ontwikkelingen uit PGS 15:2025.
Per onderwerp kan vervolgens worden bepaald welke oplossing technisch, juridisch en bedrijfseconomisch het meest passend is.
Nieuwe PGS 15-opslag realiseren
Bij een nieuwe opslagvoorziening is vroegtijdige afstemming belangrijk.
Voordat een architect of leverancier het ontwerp definitief uitwerkt, moeten bijvoorbeeld de gewenste opslagcapaciteit, stoffen, ADR-klassen, verpakkingsgroepen en logistieke processen duidelijk zijn.
Vervolgens kunnen onderwerpen worden beoordeeld zoals:
- locatie van de opslag;
- opslagcapaciteit;
- compartimentering;
- WBDBO;
- onderlinge afstanden;
- productopvang;
- bluswateropvang;
- ventilatie;
- stoffenscheiding;
- deuren;
- stellingen;
- brandveiligheidsvoorzieningen;
- eventuele brandbeveiligingsinstallatie;
- bereikbaarheid;
- incidentbeheersing.
Door deze onderwerpen vóór de vergunningaanvraag te beoordelen, kan worden voorkomen dat het ontwerp tijdens de procedure ingrijpend moet worden aangepast.
Uitbreiding van een bestaande opslag
Wilt u meer gevaarlijke stoffen opslaan of een extra opslagplaats realiseren?
Dan moet worden onderzocht of de wijziging gevolgen heeft voor de vergunningstatus.
Een bedrijf dat momenteel niet vergunningplichtig is, kan door uitbreiding een vergunninggrens overschrijden.
Bij een reeds vergunningplichtig bedrijf kan de wijziging aanleiding geven tot aanpassing van de bestaande vergunning.
Ook wanneer de totale hoeveelheid niet sterk verandert, kan een wijziging van het stoffenpakket relevant zijn. De introductie van een andere ADR-klasse of verpakkingsgroep kan immers tot een andere juridische beoordeling leiden.
Daarom moet bij uitbreiding niet alleen naar kilogrammen worden gekeken.
Stoffenlijst als basis voor de vergunningcheck
Een betrouwbare vergunningcheck begint daarom met een goede inventarisatie van de gevaarlijke stoffen.
VNCW Consultants kan bijvoorbeeld kijken naar:
- productnaam;
- UN-nummer;
- ADR-klasse;
- nevengevaar;
- verpakkingsgroep;
- maximale hoeveelheid;
- verpakkingstype;
- opslaglocatie;
- relevante CLP-classificaties.
Vervolgens kan worden vastgesteld welke activiteiten onder het Bal ontstaan en of een vergunning, melding of rechtstreeks werkende regels van toepassing zijn.
Dit is veel betrouwbaarder dan alleen kijken naar de totale opslagcapaciteit van het magazijn.
Veiligheidsafstanden
Ook veiligheidsafstanden kunnen relevant zijn.
Voor opslagplaatsen met meer dan 2.500 kg gevaarlijke stoffen in verpakking bevat het Bal veiligheidsafstanden.
Afhankelijk van de uitvoering van de opslag kan bijvoorbeeld een afstand van 20 meter gelden of onder bepaalde voorwaarden een kleinere afstand van 8 meter.
Dit kan bij nieuwe projecten een doorslaggevend ontwerpaspect zijn.
Wanneer pas na aankoop van grond, plaatsing van een magazijn of uitwerking van een bouwplan blijkt dat onvoldoende ruimte beschikbaar is, kan dit grote gevolgen hebben.
Daarom adviseren wij veiligheidsafstanden al tijdens de haalbaarheidsfase te beoordelen.
Brandveiligheid en beschermingsniveau
Bij grotere PGS 15-opslagvoorzieningen kan brandveiligheid een belangrijk onderdeel van het vergunningstraject vormen.
Afhankelijk van de stoffen, hoeveelheden en opslagvoorziening kan worden gekeken naar het noodzakelijke beschermingsniveau en de daarbij passende maatregelen.
Bij opslag boven 10.000 kg kunnen aanvullende voorzieningen voor onder andere brandbestrijding, productopvang en bluswateropvang noodzakelijk zijn.
Bij bepaalde situaties kan bovendien een brandbeveiligingsinstallatie onderdeel van het ontwerp worden.
Deze voorzieningen moeten vroeg in het project worden meegenomen. Ze kunnen namelijk grote invloed hebben op bouwkosten, beschikbare opslagcapaciteit en inrichting van het gebouw.
Productopvang en bluswateropvang
Een incident met gevaarlijke stoffen kan leiden tot het vrijkomen van product en, bij brandbestrijding, verontreinigd bluswater.
Daarom kan bij vergunningplichtige opslag niet alleen productopvang maar ook bluswateropvang een belangrijk onderwerp zijn.
De benodigde voorzieningen hangen samen met het opslagconcept, de gevaarlijke stoffen en de gekozen brandbeveiliging.
Dit vraagt om een integrale beoordeling.
Een grote opvangvoorziening ontwerpen zonder rekening te houden met het daadwerkelijke incidentscenario kan onnodig kostbaar zijn. Een te kleine voorziening kan daarentegen onvoldoende bescherming bieden.
PGS 15 en het Bbl
Een opslagvoorziening moet niet alleen vanuit milieuregelgeving worden bekeken.
Ook het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) speelt een rol bij bouwkundige aspecten.
De reguliere bouwtechnische voorschriften zijn echter niet noodzakelijk voldoende om alle specifieke risico’s van een opslag van gevaarlijke stoffen te beheersen.
Daarom kunnen aanvullende maatregelen vanuit het milieuspoor en PGS 15 noodzakelijk zijn.
Bij een nieuw magazijn moeten bouwkundige en milieutechnische eisen daarom vroegtijdig op elkaar worden afgestemd.
Wat is nodig voor een vergunningaanvraag?
Welke documenten noodzakelijk zijn, hangt af van het project.
Een vergunningaanvraag voor een omvangrijke PGS 15-opslag kan bijvoorbeeld informatie vereisen over:
- bedrijfsactiviteiten;
- stoffen en hoeveelheden;
- opslagplaatsen;
- plattegronden;
- bouwkundige uitvoering;
- brandveiligheid;
- PGS 15-maatregelen;
- productopvang;
- bluswateropvang;
- ventilatie;
- stoffenscheiding;
- brandbeveiliging;
- bedrijfsvoering;
- incidentbeheersing.
Afhankelijk van de totale inrichting kunnen daarnaast andere onderzoeken nodig zijn.
Het is daarom verstandig vóór de formele aanvraag vast te stellen welke informatie voor het specifieke project noodzakelijk is.
Vooroverleg met het bevoegd gezag
Bij grotere of afwijkende projecten kan vooroverleg waardevol zijn.
Daarbij kan het opslagconcept worden besproken voordat een volledig uitgewerkte vergunningaanvraag wordt ingediend.
Dit is vooral interessant wanneer sprake is van:
- nieuwbouw;
- grote opslaghoeveelheden;
- bijzondere gevaarlijke stoffen;
- afwijkende opslagconcepten;
- toepassing van gelijkwaardigheid;
- toepassing van PGS 15:2025;
- complexe brandbeveiliging;
- gefaseerde uitbreiding.
Een goed voorbereid vooroverleg kan belangrijke technische en juridische discussiepunten vroeg in het traject zichtbaar maken.
PGS 15 haalbaarheidsstudie vóór de vergunningaanvraag
Bij grote investeringen adviseren wij om niet direct met een vergunningaanvraag te beginnen.
Eerst kan een haalbaarheidsstudie worden uitgevoerd.
Daarbij wordt onderzocht of de gewenste opslag op de voorgenomen locatie technisch en juridisch realiseerbaar is.
Een dergelijke studie kan bijvoorbeeld antwoord geven op vragen als:
Welke maximale opslaghoeveelheid is realistisch?
Hoeveel opslagplaatsen zijn nodig?
Welke brandcompartimentering is noodzakelijk?
Welke WBDBO is nodig?
Zijn aanvullende brandbeveiligingsvoorzieningen noodzakelijk?
Hoeveel product- en bluswateropvang is nodig?
Zijn de veiligheidsafstanden haalbaar?
Welke vergunningprocedure is noodzakelijk?
Hierdoor krijgt de opdrachtgever vóór grote investeringen inzicht in belangrijke randvoorwaarden.
CTA: Vraag een PGS 15 haalbaarheidsonderzoek aan
Van ontwerp naar vergunning
VNCW Consultants kan gedurende meerdere fasen van een project ondersteunen.
Dat kan beginnen met een vergunningcheck en haalbaarheidsonderzoek.
Vervolgens kunnen wij betrokken blijven bij het opslagconcept, de PGS 15-beoordeling, technische onderbouwing, aanvraagdocumentatie en beantwoording van inhoudelijke vragen tijdens het vergunningstraject.
Hiermee wordt voorkomen dat regelgeving pas aan het einde van het ontwerp wordt gecontroleerd.
De voorkeur is precies andersom:
eerst het juridische en veiligheidskundige kader bepalen en vervolgens daarbinnen het optimale opslagconcept ontwerpen.
Veelgestelde vragen over PGS 15 en de omgevingsvergunning
Is een PGS 15-opslag altijd vergunningplichtig?
Nee. Voor verschillende opslagen gelden rechtstreeks werkende regels uit het Bal. Of een omgevingsvergunning nodig is, hangt onder andere af van de stoffen, hoeveelheden, ADR-classificatie en opslagplaatsen.
Is opslag boven 10.000 kg vergunningplichtig?
Voor 10.000 kg of meer gevaarlijke stoffen in totaal per opslagplaats geldt vergunningplicht voor deze activiteit. Er zijn echter ook categorieën gevaarlijke stoffen waarvoor bij lagere hoeveelheden al vergunningplicht ontstaat.
Geldt de grens van 10.000 kg voor het hele terrein?
De vergunningplicht voor deze activiteit wordt per opslagplaats beoordeeld. Andere regels, waaronder eventuele Seveso-regels, kunnen daarnaast op de totale situatie van toepassing zijn.
Welke PGS 15-versie geldt bij een nieuwe vergunning?
PGS 15:2021 is momenteel de aangewezen versie en bij nieuwe vergunningverlening het aangewezen BBT-document. PGS 15:2025 is niet in de Omgevingsregeling aangewezen.
Geldt bij een bestaande vergunning automatisch PGS 15:2021?
Nee. Eerst moet worden gecontroleerd welke PGS-versie in de bestaande vergunning is aangewezen. Dat kan een oudere versie zijn.
Kan PGS 15:2025 in een vergunning worden gebruikt?
In specifieke gevallen kan het bevoegd gezag gemotiveerd afwijken van de aangewezen beste beschikbare technieken. Technische of kostenefficiëntieoverwegingen kunnen daarbij relevant zijn. Dit moet per project worden beoordeeld.
Kan een opslag onder 10 ton toch vergunningplichtig zijn?
Ja. Voor bepaalde gevaarlijke stoffen gelden lagere vergunninggrenzen. Alleen de totale hoeveelheid gebruiken voor een vergunningcheck is daarom onvoldoende.
Kunnen jullie vooraf beoordelen of een vergunning nodig is?
Ja. VNCW Consultants kan op basis van de voorgenomen activiteiten, stoffen, hoeveelheden en opslagconcept beoordelen welke relevante vergunning-, meldings- en PGS-vraagstukken spelen.
Omgevingsvergunning voor uw PGS 15-opslag
Wilt u een nieuwe opslagvoorziening realiseren, een bestaande opslag uitbreiden of weten of uw huidige situatie vergunningplichtig is?
VNCW Consultants kan het project vanaf de eerste vergunningcheck tot de technische uitwerking en ondersteuning tijdens het vergunningstraject begeleiden.
