Welke gevaarlijke stoffen mogen volgens PGS 15 samen worden opgeslagen?

Niet alle gevaarlijke stoffen mogen zonder meer naast elkaar worden opgeslagen. Wanneer twee stoffen bij gelijktijdig vrijkomen met elkaar kunnen reageren en daardoor een groter gevaar veroorzaken dan op grond van de afzonderlijke stoffen mag worden verwacht, moeten deze stoffen volgens PGS 15 van elkaar worden gescheiden.

Denk bijvoorbeeld aan combinaties waarbij een chemische reactie kan leiden tot sterke warmteontwikkeling, drukopbouw of het ontstaan van zeer giftige of zeer brandbare gassen.

PGS 15 bevat daarom regels voor het voorkomen van onverenigbare combinaties.

Bijlage E van PGS 15 geeft een systematiek waarmee kan worden beoordeeld welke categorieën gevaarlijke stoffen van elkaar moeten worden gescheiden. Daarbij mag echter niet uitsluitend naar het primaire ADR-etiket worden gekeken.

Ook bijkomende gevaren en de werkelijke chemische eigenschappen van producten kunnen bepalend zijn.

Voor een magazijn met tientallen of honderden verschillende chemicaliën betekent dit dat een goede stoffenscheiding begint met een betrouwbare stoffenadministratie.

VNCW Consultants kan stoffenbestanden analyseren en vertalen naar een praktisch scheidings- en opslagconcept.

CTA: Laat uw stoffenscheiding volgens PGS 15 beoordelen

Waarom moeten gevaarlijke stoffen worden gescheiden?

Een lekkage uit één verpakking hoeft op zichzelf niet direct tot een groot incident te leiden.

Dat kan veranderen wanneer het vrijgekomen product in contact komt met een ander product.

Een zuur en een base kunnen bijvoorbeeld sterk exotherm reageren. Andere combinaties kunnen brand veroorzaken, een bestaande brand versterken of gevaarlijke gassen vormen.

PGS 15 wil daarom voorkomen dat een relatief beperkte lekkage escaleert doordat verschillende stoffen met elkaar in contact komen.

Het uitgangspunt is:

wanneer het gelijktijdig vrijkomen van twee gevaarlijke stoffen een groter vervolgeffect kan veroorzaken dan op basis van de afzonderlijke stoffen wordt verwacht, moeten deze stoffen gescheiden worden opgeslagen.

Stoffenscheiding is daarmee in de eerste plaats een maatregel tegen chemische incompatibiliteit.

ADR-klasse alleen is niet voldoende

Een veelgemaakte fout is dat een magazijn uitsluitend wordt ingedeeld op basis van het primaire ADR-etiket.

Alle klasse 3-producten gaan bijvoorbeeld naar één deel van het magazijn, alle klasse 8-producten naar een ander deel en alle klasse 9-producten naar een derde deel.

Dat kan een nuttige eerste indeling zijn, maar is niet altijd voldoende.

Een gevaarlijke stof kan meerdere gevaarseigenschappen hebben.

Een product kan bijvoorbeeld primair als bijtend zijn geclassificeerd, maar daarnaast een giftig bijkomend gevaar hebben.

PGS 15 verlangt daarom dat bij de beoordeling van onverenigbare combinaties ook de bijkomende gevaren volgens het ADR worden meegenomen.

De beoordeling moet dus plaatsvinden op basis van de volledige classificatie en niet uitsluitend op basis van het cijfer onderaan het primaire ADR-etiket.

Bijlage E van PGS 15

Bijlage E van PGS 15 is specifiek bedoeld voor het voorkomen van onverenigbare combinaties door stoffenscheiding.

De bijlage geeft een systematiek voor verschillende categorieën gevaarlijke stoffen en helpt bepalen wanneer aanvullende scheiding nodig is.

Bij de beoordeling wordt gekeken naar wat er kan gebeuren wanneer twee stoffen tegelijkertijd uit hun verpakking vrijkomen.

Daarbij gaat het bijvoorbeeld om:

  • sterke warmteontwikkeling;
  • sterke drukontwikkeling;
  • vorming van giftige gassen;
  • vorming van brandbare gassen;
  • versnelling of versterking van een brand;
  • andere gevaarlijke chemische reacties.

Bijlage E moet daarom worden gezien als een praktisch hulpmiddel voor een chemisch veiligheidsvraagstuk.

Zuren en basen

Een klassiek voorbeeld van een onverenigbare combinatie is de opslag van bepaalde zuren en basen.

Beide kunnen onder ADR-klasse 8 vallen.

Alleen kijken naar de ADR-klasse zou daardoor tot de conclusie kunnen leiden dat beide producten zonder aanvullende maatregelen gezamenlijk kunnen worden opgeslagen.

Chemisch kan dat echter ongewenst zijn.

Wanneer een sterk zuur en een sterke base bij een lekkage met elkaar in contact komen, kan een heftige neutralisatiereactie optreden waarbij veel warmte ontstaat.

Dit laat direct zien waarom:

“dezelfde ADR-klasse” niet automatisch betekent “chemisch verenigbaar”.

Binnen één ADR-klasse kan dus eveneens stoffenscheiding noodzakelijk zijn.

Oxiderende en brandbare stoffen

Een ander belangrijk voorbeeld betreft oxiderende stoffen.

Stoffen van ADR-klasse 5.1 kunnen de verbranding van andere materialen sterk bevorderen.

Wanneer dergelijke stoffen samen met brandbare producten worden opgeslagen, kan een incident daardoor veel ernstiger verlopen.

De combinatie van oxidatoren en brandbare stoffen verdient daarom bijzondere aandacht.

Bij grotere PGS 15-opslagvoorzieningen speelt dit bovendien een rol bij de vakindeling en het beschermingsniveau.

Het uitgangspunt moet zijn dat een lekkage of brand niet onnodig kan escaleren doordat brandbevorderende en brandbare producten zonder voldoende scheiding bij elkaar zijn geplaatst.

Giftige stoffen

Ook bij giftige stoffen kan stoffenscheiding noodzakelijk zijn.

De vraag is daarbij niet alleen of twee producten met elkaar reageren, maar ook wat de reactieproducten zijn.

Een reactie tussen twee producten kan bijvoorbeeld een gas opleveren dat aanzienlijk gevaarlijker is dan de oorspronkelijke producten.

Bij de beoordeling moet daarom niet uitsluitend naar brandbaarheid worden gekeken.

Toxiciteit kan net zo bepalend zijn.

Veiligheidsinformatieblad als informatiebron

Het veiligheidsinformatieblad, vaak aangeduid als VIB, SDS of Safety Data Sheet, is een belangrijke bron bij de beoordeling van chemische incompatibiliteit.

Met name informatie over stabiliteit en reactiviteit is relevant.

Een VIB kan informatie bevatten over:

  • te vermijden omstandigheden;
  • chemisch instabiele situaties;
  • incompatibele materialen;
  • gevaarlijke ontledingsproducten;
  • mogelijke gevaarlijke reacties.

Bij twijfel over een combinatie moet daarom niet uitsluitend naar een generieke ADR-tabel worden gekeken.

De productinformatie zelf kan aanleiding geven om aanvullende scheiding toe te passen.

Een SDS is niet altijd voldoende

Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat een stoffenscheidingsbeleid volledig afhankelijk wordt gemaakt van één regel uit een veiligheidsinformatieblad.

SDS’en verschillen sterk in kwaliteit en detailniveau.

Een leverancier kan bijvoorbeeld zeer algemeen aangeven dat een product “niet samen met oxidatiemiddelen” mag worden opgeslagen.

Bij een magazijn met honderden producten moet deze informatie vervolgens worden vertaald naar een praktisch opslagconcept.

Daarom kan een combinatie nodig zijn van:

ADR-classificatie,

CLP-classificatie,

veiligheidsinformatieblad,

chemische eigenschappen

en

PGS 15 Bijlage E.

Wat betekent gescheiden opslag?

Gescheiden opslag betekent niet automatisch dat voor iedere stof een afzonderlijke opslagruimte nodig is.

De wijze waarop scheiding kan worden gerealiseerd hangt af van de combinatie en de opslagvoorziening.

Bij grotere opslagvoorzieningen kan bijvoorbeeld worden gewerkt met afzonderlijke vakken.

In andere situaties kan scheiding binnen een vak worden gerealiseerd.

Wanneer voldoende scheiding binnen dezelfde opslagvoorziening niet mogelijk is, kunnen afzonderlijke opslagvoorzieningen noodzakelijk zijn.

De praktische oplossing moet ervoor zorgen dat stoffen die bij een incident gevaarlijk met elkaar kunnen reageren niet ongecontroleerd met elkaar in contact kunnen komen.

Scheiding door verschillende vakken

Bij grote opslagvoorzieningen spelen vakken een belangrijke rol.

PGS 15 gebruikt vakindeling onder andere om verschillende ADR-klassen binnen één grote opslagruimte veilig te kunnen opslaan.

Een vak kan daardoor verschillende functies hebben.

Het kan bijdragen aan:

  • stoffenscheiding;
  • beperking van branduitbreiding;
  • beheersing van vloeistofbranden;
  • bereikbaarheid bij incidenten;
  • berekening van opvangvoorzieningen.

Voor opslagvoorzieningen waarop hoofdstuk 4 van PGS 15:2021 van toepassing is, bedraagt de maximale vakoppervlakte 300 m².

De vakindeling moet dus onderdeel zijn van het totale veiligheidsconcept en niet alleen een logistieke markering op de vloer.

Fysieke scheiding tussen vakken

Bij grote opslagvoorzieningen kan de scheiding tussen vakken worden gerealiseerd door een fysieke scheidingsconstructie of door voldoende afstand.

Welke uitvoering noodzakelijk is, hangt onder andere samen met het beschermingsniveau.

Het doel gaat verder dan alleen chemische incompatibiliteit.

De vakkenscheiding moet bijvoorbeeld ook kunnen bijdragen aan het voorkomen of vertragen van brandoverslag van het ene vak naar het andere.

Een vakindeling moet daarom zowel chemisch als brandveilig worden beoordeeld.

Stoffenscheiding in stellingen

Ook bij palletstellingen moeten de scheidingsregels worden toegepast.

Het plaatsen van verschillende productgroepen in afzonderlijke stellingvakken betekent niet automatisch dat voldoende scheiding is gerealiseerd.

Er moet worden beoordeeld wat bij lekkage gebeurt.

Kan een vloeistof van een hogere pallet naar een lager niveau lopen?

Kan gelekt product via de vloer bij een andere stof terechtkomen?

Kunnen twee lekkages dezelfde opvangvoorziening bereiken?

De verticale component is daardoor net zo belangrijk als de horizontale afstand.

Bij het ontwerp van stellingopslag moeten stoffenscheiding en productopvang gezamenlijk worden beoordeeld.

Lekbakken en stoffenscheiding

Lekbakken kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen dat onverenigbare stoffen bij een lekkage met elkaar in contact komen.

Maar ook hier geldt dat de oplossing daadwerkelijk moet functioneren.

Wanneer een zuur en een base boven dezelfde opvangvoorziening worden opgeslagen, kan een lekkage alsnog tot vermenging leiden.

Afzonderlijke opvang kan daarom onderdeel zijn van de stoffenscheiding.

Dat is vooral relevant bij vloeibare producten.

Een goed opslagplan kijkt daarom niet alleen naar waar de verpakkingen staan, maar ook naar waar een vrijgekomen vloeistof terechtkomt.

LQ en EQ

Voor stoffen die in transportverpakking onder het regime van Limited Quantities (LQ) of Excepted Quantities (EQ) vallen, kent PGS 15 een belangrijke uitzondering.

De algemene maatregel voor het scheiden van onverenigbare combinaties is daarop niet van toepassing wanneer deze stoffen daadwerkelijk in de betreffende transportverpakking zijn opgeslagen.

De gedachte daarachter is dat het om relatief kleine binnenverpakkingen gaat die bovendien in een buitenverpakking aanwezig zijn. Bij een lekkage is de hoeveelheid die kan vrijkomen daardoor beperkt.

Dat betekent niet dat LQ-producten zonder verdere beoordeling onder alle omstandigheden overal kunnen worden neergezet.

De uitzondering heeft specifiek betrekking op de PGS-regel voor onverenigbare combinaties en vereist dat de producten in de transportverpakking zijn opgeslagen.

Zodra de transportverpakking wordt geopend of de opslagvorm verandert, moet opnieuw worden beoordeeld welke regels gelden.

LQ betekent niet dat PGS 15 niet van toepassing is

Dit onderscheid is belangrijk.

Dat de stoffenscheidingsregel onder voorwaarden niet geldt voor LQ betekent niet dat Limited Quantities volledig buiten PGS 15 vallen.

LQ speelt bijvoorbeeld ook een rol bij de ondergrenzen voor het toepassingsgebied.

Daarom moeten twee vragen uit elkaar worden gehouden:

Valt de hoeveelheid onder het toepassingsgebied van PGS 15?

en:

Geldt voor deze LQ-verpakking de specifieke eis voor onverenigbare combinaties?

Dat zijn verschillende beoordelingen.

CMR-stoffen en CLP-stoffen

PGS 15 heeft niet uitsluitend betrekking op ADR-goederen.

Ook bepaalde CMR-stoffen zijn relevant binnen de opslagregels.

De nieuwere PGS 15:2025 gebruikt daarnaast op verschillende plaatsen de formulering CMR-/CLP-stoffen.

Daarom kan een opslaginventarisatie niet uitsluitend worden gebaseerd op de UN-nummers uit het warehousemanagementsysteem.

Ook de CLP-classificatie van producten kan relevant zijn.

Een goed stoffenbestand bevat daarom bij voorkeur zowel transportclassificatie als relevante productclassificatie.

ADR-klasse 8 en stoffenscheiding

Voor opslag van uitsluitend bepaalde ADR-klasse 8-stoffen van verpakkingsgroep II en III en klasse 9-stoffen zonder bijkomend gevaar gelden binnen PGS 15 op onderdelen versoepelingen.

Dat betekent echter niet dat de eis rond onverenigbare combinaties verdwijnt.

Ook wanneer voor zo’n opslag bijvoorbeeld bepaalde WBDBO-eisen niet gelden, blijven eisen rond productopvang en onverenigbare combinaties relevant.

Dit is vooral belangrijk bij verschillende bijtende producten.

Een magazijn met uitsluitend ADR-klasse 8 kan chemisch nog steeds meerdere onverenigbare productgroepen bevatten.

ADR-klasse 2: gasflessen

Voor gasflessen gelden specifieke bepalingen.

De algemene stoffenscheidingssystematiek voor vloeibare en vaste verpakte gevaarlijke stoffen kan daarom niet één op één worden toegepast op gasflessen.

PGS 15 gaat bij gasflessen onder andere uit van het gegroepeerd opslaan van gassen met gelijksoortige gevaarseigenschappen.

Daarbij speelt ook het voorkomen van verwisseling een rol.

Gasflessen moeten daarom binnen het stoffenbeleid als een afzonderlijke categorie worden behandeld.

ADR-klassen 4.1, 4.2 en 4.3

Voor stoffen van ADR-klassen 4.1, 4.2 en 4.3 bevat PGS 15 eveneens aanvullende specifieke bepalingen.

Het gaat onder andere om:

brandbare vaste stoffen,

voor zelfontbranding vatbare stoffen, en

stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen.

Bij deze stoffen kunnen specifieke chemische eigenschappen een grote rol spelen.

Een product dat gevaarlijk met water reageert, vraagt bijvoorbeeld om een andere opslagstrategie dan een standaard brandbare vloeistof.

Daarom moeten deze productgroepen afzonderlijk in de stoffenbeoordeling worden herkend.

ADR-klasse 5.2

Ook organische peroxiden uit ADR-klasse 5.2 vragen om een afzonderlijke benadering.

Voor deze stoffen bevat PGS 15 specifieke bepalingen.

De standaardmatrix uit Bijlage E kan daarom niet zonder meer als enige toetsingsmethode voor alle ADR-klassen worden gebruikt.

Dit onderstreept opnieuw waarom een automatische classificatie uitsluitend op basis van één tabel onvoldoende kan zijn.

Koopmansgoederen in dezelfde opslagvoorziening

In grote PGS 15-opslagvoorzieningen kunnen onder voorwaarden ook koopmansgoederen en aanverwante stoffen worden opgeslagen.

Wanneer deze samen met gevaarlijke stoffen worden opgeslagen, moeten ze binnen de relevante PGS-systematiek als gevaarlijke stoffen worden behandeld en mogen ze het risico niet verhogen.

De regels voor onder andere onverenigbare combinaties kunnen daardoor ook voor deze goederen relevant worden.

Bovendien tellen dergelijke goederen mee bij de beoordeling of hoofdstuk 3 of hoofdstuk 4 van toepassing is.

Dit kan een belangrijk effect hebben op een magazijn waarin zowel gevaarlijke als niet-gevaarlijke handelsproducten aanwezig zijn.

Honderden verschillende producten in één magazijn

Bij een chemische groothandel of logistiek dienstverlener kan een stoffenbestand duizenden artikelnummers bevatten.

Het is dan praktisch onmogelijk om iedere ochtend handmatig iedere combinatie opnieuw te beoordelen.

De oplossing is een stoffenscheidingsmatrix gekoppeld aan het warehousemanagementsysteem.

Producten kunnen bijvoorbeeld worden toegewezen aan opslaggroepen op basis van:

  • ADR-klasse;
  • bijkomend gevaar;
  • verpakkingsgroep;
  • zuur/base;
  • oxidator;
  • brandbaarheid;
  • toxiciteit;
  • waterreactiviteit;
  • relevante CLP-eigenschappen;
  • specifieke incompatibiliteiten.

Het WMS kan vervolgens voorkomen dat een pallet op een ongeschikte locatie wordt geplaatst.

Hierdoor wordt stoffenscheiding onderdeel van de dagelijkse logistieke besturing in plaats van alleen een regel in een veiligheidsprocedure.

Nieuwe producten toevoegen aan het assortiment

Stoffenscheiding moet ook onderdeel zijn van het acceptatieproces voor nieuwe producten.

Wanneer inkoop of sales een nieuwe chemische stof aan het assortiment toevoegt, moet vóór de eerste levering duidelijk zijn:

waar het product mag worden opgeslagen.

Daarvoor moeten de relevante classificaties en het veiligheidsinformatieblad beschikbaar zijn.

Pas daarna kan een opslaggroep worden toegekend.

Dit voorkomt dat een onbekend product tijdelijk op een willekeurige vrije palletlocatie terechtkomt.

Stoffenscheiding en productopvang horen bij elkaar

Stoffenscheiding stopt niet bij het creëren van afstand tussen verpakkingen.

Wanneer twee onverenigbare vloeistoffen uiteindelijk naar dezelfde opvangput kunnen stromen, kan tijdens een incident alsnog een gevaarlijke reactie ontstaan.

Daarom moeten het opslagplan en het opvangconcept gezamenlijk worden beoordeeld.

Dit geldt vooral bij grote opslagvoorzieningen met:

  • meerdere vakken;
  • vloeistofdichte vloeren;
  • goten;
  • centrale opvangputten;
  • compartimentering;
  • bluswateropvang.

De route die een vloeistof tijdens een calamiteit kan afleggen is dus onderdeel van de beoordeling.

Stoffenscheiding en brandbeveiliging

Ook het brandbeveiligingsconcept kan invloed hebben op de vakindeling.

Voor beschermingsniveau 2a gelden bijvoorbeeld specifieke eisen aan de scheiding tussen ADR-klasse 5.1 en stoffen met een vlampunt lager dan 100 °C.

Daarnaast mogen dergelijke brandbare vloeistoffen niet vanuit het ene vak naar een ander vak kunnen uitstromen.

Stoffenscheiding, vakindeling, brandbeveiliging en opvangvoorzieningen zijn daarom geen afzonderlijke onderwerpen.

Ze vormen één integraal opslagconcept.

Veelgemaakte fouten bij stoffenscheiding

In de praktijk zien we regelmatig dat uitsluitend naar het primaire ADR-etiket wordt gekeken.

Andere veelvoorkomende problemen zijn:

  • nevengevaren worden niet meegenomen;
  • zuur en base staan boven dezelfde lekbak;
  • nieuwe producten worden zonder voorafgaande beoordeling opgeslagen;
  • de SDS-informatie is verouderd;
  • magazijnlocaties zijn alleen logistiek en niet chemisch geclassificeerd;
  • stoffen zijn fysiek gescheiden maar kunnen via de opvang toch mengen;
  • LQ wordt ten onrechte behandeld alsof het product volledig buiten PGS 15 valt;
  • koopmansgoederen worden niet meegenomen in het opslagconcept;
  • wijzigingen in classificatie worden niet verwerkt in het WMS.

Een goede stoffenscheidingsanalyse kijkt daarom zowel naar documenten als naar de feitelijke magazijnsituatie.

PGS 15:2021 en PGS 15:2025

Ook bij stoffenscheiding moet onderscheid worden gemaakt tussen het juridisch aangewezen kader en de nieuwste technische publicatie.

PGS 15:2021 versie 1.0 is momenteel de in de Omgevingsregeling aangewezen versie.

PGS 15:2025 versie 1.1 van april 2026 is de meest recente technische publicatie, maar is niet als vervanger van PGS 15:2021 aangewezen.

De basisgedachte rond onverenigbare combinaties blijft herkenbaar: stoffen die bij gezamenlijk vrijkomen gevaarlijke reacties kunnen veroorzaken moeten van elkaar worden gescheiden.

PGS 15:2025 koppelt dit expliciet aan maatregel M35 en Bijlage E.

Voor een formele compliancebeoordeling moet echter altijd eerst worden vastgesteld welke PGS-versie voor de betreffende opslag juridisch van toepassing is.

Stoffenscheidingsanalyse door VNCW Consultants

VNCW Consultants kan een bestaande stoffenlijst analyseren en vertalen naar een praktisch opslagconcept.

Daarbij kunnen wij onder andere beoordelen:

  • UN-nummers;
  • ADR-klassen;
  • bijkomende gevaren;
  • verpakkingsgroepen;
  • CLP-classificaties;
  • CMR-eigenschappen;
  • veiligheidsinformatiebladen;
  • zuur/base-eigenschappen;
  • oxidatoren;
  • brandbare stoffen;
  • giftige stoffen;
  • waterreactieve stoffen;
  • LQ/EQ;
  • huidige magazijnlocaties;
  • vakindeling;
  • productopvang.

Op basis daarvan kan een stoffenscheidingsmatrix worden opgesteld waarmee medewerkers en magazijnsystemen kunnen bepalen waar producten veilig mogen worden opgeslagen.

Laat uw stoffenbestand analyseren

Stoffenscheiding als onderdeel van een PGS 15 gap-analyse

Bij een PGS 15 gap-analyse kan ook de bestaande stoffenscheiding worden gecontroleerd.

Daarbij vergelijken we de administratieve indeling met de feitelijke opslag.

Dat is belangrijk omdat een theoretisch correcte matrix weinig waarde heeft wanneer pallets in de praktijk op andere locaties worden geplaatst.

Tijdens een locatiebezoek kan daarom worden gekeken naar:

  • opslaglocaties;
  • vakken;
  • stellingen;
  • lekbakken;
  • opvangvoorzieningen;
  • vloerindeling;
  • etikettering;
  • locatiecodering;
  • afwijkende producten;
  • tijdelijke opslag;
  • werkvoorraad.

Hiermee wordt duidelijk of de scheidingssystematiek ook daadwerkelijk functioneert.

Vraag een PGS 15 gap-analyse aan

Veelgestelde vragen over PGS 15 stoffenscheiding

Welke gevaarlijke stoffen mogen niet samen worden opgeslagen?

Stoffen moeten worden gescheiden wanneer zij bij gelijktijdig vrijkomen gevaarlijk met elkaar kunnen reageren en daardoor een groter vervolgeffect ontstaat dan op basis van de afzonderlijke stoffen wordt verwacht. Bijlage E van PGS 15 biedt hiervoor een beoordelingssystematiek.

Mogen verschillende ADR-klassen in dezelfde opslagruimte staan?

Dat kan onder voorwaarden. De combinatie moet chemisch verenigbaar zijn en de vereiste stoffenscheiding moet worden gerealiseerd. Bij grote opslagvoorzieningen kan daarvoor bijvoorbeeld vakindeling worden gebruikt.

Mogen zuren en basen samen worden opgeslagen?

Niet zonder beoordeling. Bepaalde zuren en basen kunnen bij contact sterk exotherm reageren. Het feit dat beide mogelijk ADR-klasse 8 zijn, betekent niet dat zij automatisch verenigbaar zijn.

Moet ik ook naar bijkomende ADR-gevaren kijken?

Ja. Bij de beoordeling van onverenigbare combinaties moeten alle relevante eigenschappen van een stof worden meegenomen, waaronder bijkomende ADR-gevaren.

Moeten LQ-goederen worden gescheiden?

De PGS 15-maatregel voor onverenigbare combinaties is niet van toepassing op LQ- en EQ-stoffen wanneer deze in de betreffende transportverpakking zijn opgeslagen. Dit betekent niet dat LQ volledig buiten PGS 15 valt.

Is een veiligheidsinformatieblad voldoende voor stoffenscheiding?

Een VIB/SDS is een belangrijke informatiebron, maar moet in samenhang met onder andere ADR-classificatie, bijkomende gevaren en PGS 15 worden beoordeeld.

Mag ik onverenigbare stoffen in dezelfde opslagvoorziening plaatsen?

Dat kan in bepaalde situaties wanneer de vereiste scheiding binnen de opslagvoorziening daadwerkelijk wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld met afzonderlijke vakken of andere passende scheidingsmaatregelen. De noodzakelijke uitvoering hangt af van de concrete combinatie en opslagvoorziening.

Moeten koopmansgoederen worden meegenomen?

Wanneer koopmansgoederen of aanverwante stoffen samen met gevaarlijke stoffen in een grote PGS 15-opslagvoorziening worden opgeslagen, kunnen zij binnen de relevante PGS-systematiek worden meegeteld en gelden onder andere voorwaarden om te voorkomen dat zij het risico verhogen.

Kan stoffenscheiding in het WMS worden opgenomen?

Ja. Vooral bij magazijnen met veel verschillende chemicaliën is het verstandig producten aan vooraf bepaalde opslaggroepen te koppelen en deze groepen in het WMS te verwerken.

Kan VNCW Consultants een stoffenscheidingsmatrix maken?

Ja. Op basis van het stoffenbestand, ADR- en CLP-classificaties, veiligheidsinformatiebladen en de feitelijke magazijnindeling kan een praktische scheidingsmatrix worden ontwikkeld.

Uw gevaarlijke stoffen veilig indelen

Een goede PGS 15-opslag begint niet bij de stelling, lekbak of brandwerende wand.

Het begint bij de vraag:

Welke stoffen hebben we eigenlijk en wat gebeurt er wanneer deze bij een incident met elkaar in contact komen?

Vanuit die analyse kan een veilige en praktisch uitvoerbare magazijnindeling worden ontwikkeld.

VNCW Consultants kan daarbij de vertaalslag maken van stoffenbestand en PGS 15 naar concrete opslaglocaties, vakken en scheidingsregels.

Laat uw PGS 15 stoffenscheiding beoordelen

 

VNCW Consultants
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.