Meer dan 10.000 kg gevaarlijke stoffen opslaan volgens PGS 15

Wanneer in één opslagvoorziening meer dan 10.000 kg verpakte gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen wordt opgeslagen, gelden aanvullende eisen ten opzichte van een kleinere PGS 15-opslag. Voor dergelijke grote opslagvoorzieningen spelen onder andere het beschermingsniveau, brandveiligheid, productopvang, eventuele bluswateropvang, vakindeling, bereikbaarheid en organisatorische maatregelen een belangrijke rol.

Ook geldt voor deze activiteit een vergunningplicht.

Dat betekent echter niet dat iedere opslag boven 10 ton automatisch dezelfde brandbeveiligingsinstallatie nodig heeft. Het vereiste beschermingsniveau wordt mede bepaald door de eigenschappen en hoeveelheden van de opgeslagen stoffen.

Daarom begint een goed ontwerp niet met de vraag:

“Welke sprinklerinstallatie hebben we nodig?”

maar met:

“Welke stoffen willen we opslaan en welk beschermingsniveau volgt daaruit?”

VNCW Consultants kan deze beoordeling uitvoeren voordat wordt geïnvesteerd in een gebouw, opslagconcept of brandbeveiligingsinstallatie.

Laat uw opslag boven 10 ton vooraf beoordelen

 

Wat verandert er boven 10.000 kg?

PGS 15 maakt onderscheid tussen kleinere en grotere opslagvoorzieningen.

Voor opslagvoorzieningen tot en met 10.000 kg kan in veel situaties worden gewerkt met een basisvoorzieningenniveau. Wanneer meer dan 10.000 kg verpakte gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen wordt opgeslagen, komt de aanvullende systematiek voor grote opslagvoorzieningen in beeld.

Daarbij worden onder andere aanvullende eisen gesteld aan brandbestrijding, opvangvoorzieningen en organisatorische maatregelen.

Ook voor meer dan 1.000 kg van bepaalde zeer giftige stoffen uit ADR-klasse 6.1 verpakkingsgroep I of klasse 8 verpakkingsgroep I met bijkomend gevaar 6.1 geldt deze zwaardere systematiek.

Het is daarom belangrijk niet alleen naar de totale hoeveelheid te kijken, maar ook naar de classificatie van de opgeslagen stoffen.

Boven 10 ton is een omgevingsvergunning nodig

Voor een opslagvoorziening met 10.000 kg of meer gevaarlijke stoffen geldt op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving vergunningplicht voor deze milieubelastende activiteit.

Ook voor bepaalde gevaarlijke stoffen kunnen bij lagere hoeveelheden al vergunninggrenzen gelden.

Bij het vergunningstraject wordt vervolgens gekeken naar de concrete opslagvoorziening. Daarbij spelen onder andere de aard en hoeveelheid van de stoffen, het beschermingsniveau, product- en bluswateropvang en eventuele brandbeveiligingsinstallaties een rol.

Een opslag boven 10 ton moet daarom niet uitsluitend als een bouwkundig project worden behandeld.

Het ontwerp en de omgevingsvergunning moeten vanaf het begin op elkaar worden afgestemd.

Laat de vergunningplicht en PGS 15-eisen voor uw project beoordelen

 

Het beschermingsniveau is bepalend

Een van de belangrijkste begrippen bij grote PGS 15-opslagvoorzieningen is het beschermingsniveau.

PGS 15:2021 kent voor grote opslagvoorzieningen vier beschermingsniveaus:

Beschermingsniveau 1

Beschermingsniveau 2a

Beschermingsniveau 3

Beschermingsniveau 4

Het vereiste niveau wordt bepaald aan de hand van onder andere de gevarenklasse, brandbaarheid, het vlampunt en de hoeveelheden van de opgeslagen stoffen.

Wanneer verschillende soorten stoffen gezamenlijk in één opslagvoorziening worden opgeslagen, kan de stof waarvoor de hoogste mate van bescherming nodig is bepalend worden voor de volledige opslagvoorziening.

Dat kan grote financiële gevolgen hebben.

Een relatief kleine hoeveelheid van een bepaalde stofcategorie kan er onder omstandigheden toe leiden dat voor een opslagvoorziening een zwaarder beschermingsniveau moet worden toegepast.

Daarom kan optimalisatie van het stoffenpakket en de compartimentering onderdeel zijn van een haalbaarheidsonderzoek.

Beschermingsniveau 1

Beschermingsniveau 1 is het zwaarste beschermingsniveau binnen de systematiek.

Hier staat snelle detectie en vervolgens een automatische of semi-automatische blusactie centraal.

Een vastopgesteld brandbeheersings- en brandblussysteem kan daarbij noodzakelijk zijn.

Dit beschermingsniveau is vooral relevant bij opslag van stoffen met een groter brandrisico, waaronder bepaalde brandbare gevaarlijke stoffen.

Bij het ontwerp spelen dan niet alleen de opslagruimte zelf, maar ook branddetectie, doormelding, het brandbeveiligingssysteem, productopvang en bluswateropvang een belangrijke rol.

Een beschermingsniveau-1-opslag kan daardoor aanzienlijk duurder worden dan een opslagvoorziening waarvoor een lager beschermingsniveau volstaat.

Het is daarom essentieel om het beschermingsniveau vast te stellen voordat een definitief ontwerp wordt gemaakt.

Beschermingsniveau 2a

Bij beschermingsniveau 2a is de strategie anders.

Het uitgangspunt is dat een eventuele brand binnen het brandcompartiment blijft. De opgeslagen goederen in het betrokken compartiment kunnen daarbij verloren gaan.

Aanvullende maatregelen moeten voorkomen dat de brand zich naar omliggende gebouwen of andere delen van de locatie uitbreidt.

Snelle branddetectie met doormelding speelt hierbij een belangrijke rol.

Beschermingsniveau 2a kan daardoor interessante mogelijkheden bieden, maar alleen wanneer het stoffenpakket en opslagconcept aan de voorwaarden voldoen.

De bouwkundige consequenties moeten zorgvuldig worden onderzocht.

Beschermingsniveau 3

Bij beschermingsniveau 3 ligt de nadruk sterk op preventie.

Het uitgangspunt is om door preventieve maatregelen zoveel mogelijk te voorkomen dat brand ontstaat en zich ontwikkelt.

Dit beschermingsniveau kan bijvoorbeeld relevant zijn voor bepaalde milieugevaarlijke stoffen en CMR-stoffen die niet gemakkelijk ontsteken.

Een automatische brandbeveiligingsinstallatie is daarmee niet automatisch voor iedere grote PGS 15-opslag noodzakelijk.

Dat is een belangrijk gegeven bij de ontwikkeling van een opslagconcept.

De eigenschappen van de opgeslagen stoffen kunnen dus een enorme invloed hebben op de noodzakelijke investering.

Beschermingsniveau 4

Beschermingsniveau 4 is bedoeld voor specifieke opslag van onbrandbare en niet-brandonderhoudende gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 8 en 9.

Het uitgangspunt is daarbij dat deze stoffen niet bij een eventuele brand betrokken raken.

Bij beschermingsniveau 4 gelden daarom andere eisen dan bij een opslag met brandbare vloeistoffen.

Wel moet daadwerkelijk kunnen worden onderbouwd dat de opgeslagen stoffen aan de criteria voor dit beschermingsniveau voldoen.

Ook de aanwezigheid van andere brandbare goederen kan van invloed zijn op deze beoordeling.

Stoffenlijst vóór gebouwontwerp

Bij een grote PGS 15-opslag is de stoffenlijst daarom een belangrijk ontwerpdocument.

Idealiter wordt vóór het ontwerp van het magazijn vastgesteld welke productgroepen daadwerkelijk moeten worden opgeslagen.

Daarbij kijken we bijvoorbeeld naar:

  • UN-nummer;
  • ADR-klasse;
  • verpakkingsgroep;
  • bijkomend gevaar;
  • vlampunt;
  • fysische toestand;
  • brandbaarheid;
  • maximale hoeveelheid;
  • verpakkingsvorm;
  • eventuele CMR-classificatie.

Vervolgens kan worden onderzocht welke stoffen gezamenlijk kunnen worden opgeslagen en welk beschermingsniveau daaruit voortvloeit.

Een bedrijf kan dan bijvoorbeeld ontdekken dat het financieel aantrekkelijker is om een bepaalde productgroep in een afzonderlijke opslagvoorziening onder te brengen.

Dit is precies waarom een PGS 15-haalbaarheidsstudie vóór de bouwfase veel kosten kan besparen.

Eén magazijn of meerdere opslagvoorzieningen?

Een belangrijke ontwerpvraag is of alle gevaarlijke stoffen in één grote opslagvoorziening moeten worden geplaatst.

Dat is niet altijd de optimale oplossing.

Door stoffen op basis van gevaareigenschappen en logistieke behoeften over verschillende opslagvoorzieningen te verdelen, kunnen mogelijk verschillende beschermingsniveaus worden gerealiseerd.

Een opslagvoorziening met brandbare vloeistoffen kan bijvoorbeeld een ander risicoprofiel hebben dan een opslagvoorziening met uitsluitend bepaalde onbrandbare bijtende stoffen.

Het opdelen van een magazijn moet echter niet worden gebruikt als kunstmatige constructie om regelgeving te omzeilen.

De opslagvoorzieningen moeten technisch, bouwkundig en organisatorisch daadwerkelijk als afzonderlijke voorzieningen kunnen worden beschouwd.

Daarnaast moet altijd worden gecontroleerd welke andere regels voor de totale locatie gelden.

Maximale oppervlakte van de opslagvoorziening

De omvang van grote opslagvoorzieningen is eveneens begrensd.

Binnen de PGS 15:2021-systematiek geldt voor opslagvoorzieningen van beschermingsniveau 1, 3 en 4 een maximale vloeroppervlakte van 2.500 m².

Voor beschermingsniveau 2a geldt een maximale vloeroppervlakte van 1.000 m².

Daarnaast speelt vakindeling een belangrijke rol.

De maximale vakoppervlakte bedraagt binnen deze systematiek 300 m².

Deze eisen kunnen grote invloed hebben op de lay-out van een nieuw magazijn.

Een logistiek optimale indeling is dus niet automatisch een PGS 15-conforme indeling.

Vakindeling

Vakken zijn bij grote opslagvoorzieningen belangrijk voor verschillende veiligheidsfuncties.

Ze kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor de scheiding van onverenigbare combinaties van gevaarlijke stoffen.

Daarnaast kan de vakindeling invloed hebben op de berekening van opvangvoorzieningen.

Ook voor de operationele veiligheid is een duidelijke vakstructuur belangrijk. Medewerkers moeten kunnen herkennen waar verschillende stofgroepen mogen worden geplaatst.

Daarom moet de vakindeling niet uitsluitend op een tekening bestaan, maar ook praktisch bruikbaar zijn in de dagelijkse magazijnoperatie.

WBDBO en brandcompartimentering

De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag, oftewel WBDBO, kan bij grote opslagvoorzieningen een belangrijk ontwerpcriterium zijn.

Hierbij moet niet alleen worden gekeken naar muren.

De volledige scheidingsconstructie is relevant, inclusief deuren, doorvoeringen, aansluitingen en andere bouwkundige elementen.

Daarnaast moet de PGS 15-opslag worden bekeken in samenhang met het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Een brandcompartiment volgens de bouwregelgeving en een opslagvoorziening volgens PGS 15 zijn namelijk begrippen met een verschillende achtergrond.

Een goed ontwerp moet beide regimes met elkaar verenigen.

Productopvang

Bij opslag van vloeibare gevaarlijke stoffen moet worden voorkomen dat vrijgekomen product ongecontroleerd buiten de opslagvoorziening terechtkomt.

Bij grote opslagvoorzieningen hangen de aanvullende eisen voor productopvang mede samen met het beschermingsniveau en de eigenschappen van de opgeslagen stoffen.

Daarom kan niet voor iedere opslag boven 10 ton één standaard opvangpercentage worden gebruikt.

Voor beschermingsniveau 2a geldt binnen de PGS 15:2021-systematiek bijvoorbeeld een andere benadering dan voor beschermingsniveau 3 of 4.

De productopvang moet daarom worden berekend op basis van het daadwerkelijke opslagconcept.

Bluswateropvang

Bij bepaalde beschermingsniveaus kan naast productopvang ook bluswateropvang noodzakelijk zijn.

Dit is een essentieel verschil.

Bij een grote brand kan immers een aanzienlijke hoeveelheid bluswater worden gebruikt. Dit water kan worden verontreinigd met gevaarlijke stoffen en mag niet ongecontroleerd naar bodem, oppervlaktewater of riolering afstromen.

De benodigde capaciteit hangt onder andere samen met:

  • het beschermingsniveau;
  • het brandbestrijdingssysteem;
  • de opgeslagen stoffen;
  • de vakindeling;
  • de hoeveelheid product;
  • het relevante brandscenario.

Productopvang en bluswateropvang moeten in samenhang worden beschouwd.

Het is daarom verstandig de opvangstrategie al in een vroege ontwerpfase vast te leggen.

Is boven 10 ton altijd een sprinklerinstallatie verplicht?

Nee.

Dit is een van de belangrijkste misverstanden rond grote PGS 15-opslag.

De grens van 10.000 kg betekent niet automatisch dat iedere opslagvoorziening een sprinklerinstallatie moet krijgen.

Het vereiste brandbeveiligingsconcept volgt onder andere uit het beschermingsniveau.

Bij beschermingsniveau 1 speelt een vastopgesteld brandbeheersings- en brandblussysteem een centrale rol.

Bij andere beschermingsniveaus kan de veiligheidsstrategie anders zijn.

Daarom moet eerst het beschermingsniveau worden bepaald en pas daarna de passende brandbeveiliging.

CTA: Laat bepalen welk beschermingsniveau voor uw opslag geldt

Brandbeveiligingsinstallatie en UPD

Wanneer een vastopgestelde brandbeveiligingsinstallatie noodzakelijk is, wordt het ontwerp daarvan een belangrijk onderdeel van het totale PGS 15-concept.

Daarbij kan een Uitgangspuntendocument, het UPD, noodzakelijk zijn.

In het UPD worden de uitgangspunten van de brandbeveiliging vastgelegd.

De keuze van het brandbeveiligingssysteem moet aansluiten bij onder andere het stoffenpakket, de opslagwijze, stellingen, opslaghoogte, verpakkingen en gebouwsituatie.

Het is daarom risicovol om eerst een standaard magazijn te ontwerpen en pas daarna te onderzoeken welke brandbeveiliging erin moet passen.

Gebouw, opslagconcept en brandbeveiliging moeten gezamenlijk worden ontworpen.

Koopmansgoederen en aanverwante stoffen

Bij grote PGS 15-opslagvoorzieningen moet ook rekening worden gehouden met koopmansgoederen en aanverwante stoffen die gezamenlijk met gevaarlijke stoffen worden opgeslagen.

Deze goederen kunnen invloed hebben op de totale brandbelasting en op de beoordeling van het beschermingsniveau.

Het is daarom niet voldoende om uitsluitend het gewicht van ADR-goederen uit het warehousemanagementsysteem te halen.

Ook andere aanwezige goederen kunnen voor de PGS 15-beoordeling relevant zijn.

Bereikbaarheid van de opslagvoorziening

Bij een incident moet een opslagvoorziening bereikbaar zijn voor hulpdiensten.

Bij het terreinontwerp moet daarom worden gekeken naar onder andere bereikbaarheid, toegangswegen en de positie van de opslagvoorziening.

Dit is vooral bij grote distributiecentra relevant.

Een magazijn kan logistiek uitstekend zijn gepositioneerd voor vrachtwagens en docks, terwijl de situatie vanuit incidentbestrijding minder gunstig is.

Ook dit is een reden om PGS 15-specialisten vroeg in het ontwerp te betrekken.

Organisatorische maatregelen

Technische voorzieningen alleen zijn niet voldoende.

Een grote opslag van gevaarlijke stoffen vraagt ook om organisatorische beheersing.

Denk aan duidelijke verantwoordelijkheden, toegangsbeheer, procedures, inspecties, housekeeping, incidentprocedures en opleiding van medewerkers.

Daarnaast moet worden voorkomen dat het feitelijke stoffenpakket in de loop van de tijd afwijkt van de uitgangspunten waarop het beschermingsniveau en de vergunning zijn gebaseerd.

Een warehousemanagementsysteem kan daarom een belangrijke rol spelen bij de borging.

De vergunning moet aansluiten op de werkelijke bedrijfsvoering

Bij vergunningverlening voor grote opslagvoorzieningen is maatwerk belangrijk.

De vergunning moet aansluiten op de stoffen en hoeveelheden die daadwerkelijk worden opgeslagen en op het gekozen beschermingsconcept.

Te ruime uitgangspunten kunnen leiden tot onnodig zware voorzieningen.

Te beperkte uitgangspunten kunnen daarentegen de toekomstige bedrijfsvoering hinderen.

Daarom is het verstandig vóór de vergunningaanvraag verschillende groeiscenario’s te bekijken.

Hoeveel opslagcapaciteit is nu nodig?

Welke groei wordt verwacht?

Welke nieuwe productgroepen kunnen in de toekomst worden toegevoegd?

En welke gevolgen hebben die keuzes voor het beschermingsniveau?

Een goede vergunningstrategie kijkt dus verder dan alleen de huidige voorraad.

PGS 15 haalbaarheidsonderzoek voor grote opslag

Voor een nieuw magazijn of een substantiële uitbreiding adviseren wij daarom eerst een haalbaarheidsonderzoek.

Daarin kan VNCW Consultants verschillende opslagscenario’s vergelijken.

Bijvoorbeeld:

Scenario A: alle gevaarlijke stoffen in één grote opslagvoorziening.

Scenario B: brandbare stoffen afzonderlijk opslaan.

Scenario C: meerdere afzonderlijke opslagvoorzieningen.

Scenario D: opslagcapaciteit anders verdelen om beschermingsniveaus te optimaliseren.

Per scenario kunnen vervolgens de gevolgen voor vergunning, brandbeveiliging, WBDBO, opvang, beschikbare vloeroppervlakte en operationele logistiek worden onderzocht.

Zo wordt PGS 15 niet alleen een compliancevraagstuk, maar onderdeel van de investeringsbeslissing.

Veelgestelde vragen over PGS 15-opslag boven 10 ton

Wat verandert er als ik meer dan 10.000 kg gevaarlijke stoffen opsla?

Voor grote opslagvoorzieningen gelden aanvullende eisen. Onder andere beschermingsniveau, brandveiligheid, productopvang, eventuele bluswateropvang, vakindeling en organisatorische maatregelen worden belangrijker. Ook geldt vergunningplicht voor deze milieubelastende activiteit.

Is boven 10 ton altijd een sprinklerinstallatie nodig?

Nee. De benodigde brandbeveiliging hangt onder andere af van het beschermingsniveau en de eigenschappen en hoeveelheden van de opgeslagen stoffen. De grens van 10.000 kg betekent niet automatisch dat iedere opslag een sprinklerinstallatie nodig heeft.

Welke beschermingsniveaus kent PGS 15?

PGS 15:2021 kent voor grote opslagvoorzieningen beschermingsniveau 1, 2a, 3 en 4. Het vereiste niveau wordt bepaald aan de hand van het stoffenpakket en relevante grenswaarden.

Wat is het zwaarste beschermingsniveau?

Beschermingsniveau 1 kent de zwaarste brandbeveiligingsstrategie. Snelle detectie en een vastopgesteld brandbeheersings- en brandblussysteem spelen daarbij een belangrijke rol.

Hoe groot mag een grote PGS 15-opslag zijn?

Binnen de PGS 15:2021-systematiek geldt voor beschermingsniveau 1, 3 en 4 een maximale vloeroppervlakte van 2.500 m². Voor beschermingsniveau 2a bedraagt deze 1.000 m². Ook gelden eisen aan de vakindeling.

Mag ik meerdere opslagvoorzieningen van minder dan 10 ton maken?

Meerdere afzonderlijke opslagvoorzieningen zijn mogelijk, maar deze moeten ook feitelijk als afzonderlijke voorzieningen functioneren en voldoen aan de daarvoor geldende eisen. Bovendien kunnen andere regels voor de totale activiteit of locatie gelden. Opsplitsing mag daarom niet als eenvoudige methode worden beschouwd om vergunning- of veiligheidsverplichtingen te ontwijken.

Moet ik bluswateropvang realiseren?

Dat hangt af van het beschermingsniveau en het brandbeveiligingsconcept. Bij bepaalde beschermingsniveaus is bluswateropvang onderdeel van de vereiste voorzieningen. De benodigde capaciteit moet voor het specifieke ontwerp worden bepaald.

Welke PGS-versie moet ik gebruiken?

PGS 15:2021 is momenteel de aangewezen versie in de Omgevingsregeling en is relevant bij nieuwe vergunningverlening. Bij een bestaande vergunning moet worden gecontroleerd welke versie daarin is voorgeschreven. PGS 15:2025 versie 1.1 is de nieuwste technische publicatie, maar is niet aangewezen als vervanger van PGS 15:2021.

Advies voor opslag boven 10.000 kg

Een grote opslagvoorziening voor gevaarlijke stoffen vraagt om meer dan het toepassen van een standaard PGS 15-checklist.

De keuze van stoffen, compartimentering, beschermingsniveau, brandbeveiliging, opvangvoorzieningen en vergunning hebben direct invloed op elkaar én op de investering.

VNCW Consultants kan daarom al vóór het definitieve ontwerp onderzoeken welke opslagstrategie technisch, juridisch en operationeel het meest geschikt is.

Bespreek uw opslag boven 10 ton met een PGS 15 adviseur

 

VNCW Consultants
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.