Tag Archives: brzo

Handreiking PGS risicobenadering

identificatie volgens handreiking

De PGS-reeks wordt omgezet naar een nieuwe stijl. Dit gebeurt in PGS-teams, op basis van een risicobenadering. Met de nieuwe stijl wordt transparanter waarom bepaalde voorschriften zijn opgenomen. Tegelijk krijgt de gebruiker meer houvast om alternatieve maatregelen toe te passen. De handreiking die de teams volgen bij de risicobenadering is nu beschikbaar.

De PGS-richtlijnen worden aangepast via een risicobenadering. De kern hiervan is dat een PGS-team vaststelt welke risico’s zich bij een installatie voor kunnen doen en wat nodig is om deze te voorkomen,te bestrijden en te beheersen. Dit wordt beschreven in scenario’s. VNCW Consultants kunnen u hierbij als adviseur ondersteunen

Op basis van de scenario’s worden vervolgens doelen geformuleerd. Doelen geven op een hoger abstractieniveau aan welke veiligheid gerealiseerd moet worden. De maatregelen geven vervolgens concreet aan hoé aan deze doelen kan worden voldaan. Uitgangspunt is de doelen toetsbaar te omschrijven zodat getoetst kan worden of met de maatregelen aan het doel wordt voldaan.

Voor het uitvoeren van de risicobenadering is een handreiking opgesteld. Deze beschrijft hoe een team systematisch scenario’s en doelen kan vaststellen. Een hulpmiddel daarbij is een risicomatrix. Deze geeft inzicht in de kansen en gevolgen van scenario’s en het effect van mogelijke maatregelen. Het vaststellen van de maatregelen gebeurt uiteindelijk met een geïntegreerde benadering op basis van expert judgement. Naast het inzicht van de matrix worden daarin overwegingen als BBT (best beschikbare techniek), stand der wetenschap, en de arbeidshygiënische strategie meegenomen. Onze specialisten kunnen u hierbij ondersteunen.

Ruimte voor alternatieve oplossingen
De nieuwe systematiek maakt in een oogopslag inzichtelijk welke risico’s van belang zijn bij een installatie of opslag en waarom bepaalde maatregelen daarvoor nodig zijn. Tegelijk bieden de doelen meer ruimte voor bedrijven om alternatieve maatregelen voor te stellen en handvatten voor de bevoegde gezagen om deze te beoordelen.

U kunt hier de handreiking downloaden. Wilt u ondersteuning van een specialist mail ons dan (info@vncw-consultants.nl).

Ageing thema voor BRZO bedrijven in 2017

In 2017 staat de veroudering van installaties hoog op de agenda van de inspecteurs bij de controle van BRZO bedrijven. Het begrip ageing heeft een brede betekenis, die niet alleen gaat over de ouderdom van systemen, maar ook over de identificatie en over de beheersing van de risico’s.

Voor BRZO bedrijven is het belangrijk om ageing herkenbaar in hun veiligheidsbeheersysteem terug te laten komen. Het onderwerp heeft invloed op veel verschillende VBS elementen en moet dan ook terug komen in verschillende topprocedures, beheersystemen en instructies.

Ageing kan gezien worden als veroudering van een installatie door corrosie, door slijtage, maar feitelijk gaat het om het onderliggende: het gaat vooral over wat je weet over het ontstaan van veroudering en hoe de installatie daadwerkelijk veranderd in de tijd. Dat begint met de inventarisatie van aanwezige apparatuur, de identificatie van alle onderdelen van die installaties en apparatuur op wat zou kunnen verouderen en op concrete tekenen van ouderdom  en het procedureel en in systematisch vastleggen van inspectiemomenten.

In de praktijk hebben veel bedrijf geen volledig zicht op de ouderdom van hun installaties of is de levensduur niet geïdentificeerd. Bedrijven die dit jaar nog met het onderwerp moeten beginnen, moeten haast maken. Het is al langer bekend dat er door de inspectiediensten op dit onderdeel geaudit gaat worden. Adviesbureau VNCW consultants ontwikkelde een audit op het onderwerp om bedrijven door te lichten en op weg te helpen door concreet handen en voeten te geven aan het onderwerp. klik hier voor meer info.

BRZO+ inspecteurs aan de slag met thema Ageing

In het Brzo 2015 is veroudering van installaties en corrosie (‘ageing’) als nieuw aandachtspunt opgenomen. Vanaf 2017 gaan de BRZO+ inspecteurs door het gebruiken van een nieuw inspectie- instrument het thema Ageing inspecteren. Dit instrument is ontwikkeld om ageing te inspecteren bij de reguliere inspecties op arbeidsveiligheid, brandveiligheid en milieuveiligheid. Dit past binnen de bestaande BRZO+ inspectiemethodieken. De meerwaarde van het thema Ageing is dat er zowel inhoudelijk als op systeemniveau op de onderwerpen wordt ingegaan. Er wordt op een gestructureerde wijze in relatie tot de VBS-elementen uit het Brzo 2015 bekeken. Hierdoor ontstaat op termijn een goed beeld over de mate van beheersing van de risico’s die verband houden met ageing binnen alle VBS elementen.

Wat is Ageing?

Ageing gaat niet alleen over hoe oud je equipment is. Het gaat vooral over wat je weet over haar staat en hoe deze verandert in de tijd. Ageing van installaties is het effect waarbij een component lijdt aan een of meer vormen van materiaal verslechtering en beschadiging (meestal, maar niet persé, geassocieerd met de leeftijd en bedrijfstijd). Hierdoor neemt de kans op falen met het verloop van de tijd toe.

Een definitie voor ageing is vastgesteld omdat het een zeer veelomvattend begrip is. De definitie is overgenomen van de Engelse Health and Safety Executive (HSE). De resultaten van de inspecties van het thema Ageing zullen op termijn leiden tot meer kennis en ervaring bij alle partijen.

Ook bij de Brzo-bedrijven zal naar verwachting de komende jaren een verdere ontwikkeling plaatsvinden om ageing-aspecten (in brede zin) herkenbaar in hun (veiligheids-) managementsysteem op te nemen. Bijvoorbeeld in hun managementsystemen voor onderhoud of operational integrity van al hun ‘assets’. Het kan eventueel leiden tot het bijstellen van het inspectie instrument Ageing.

Voorbereiden.

Als BRZO bedrijf kun je je goed voorbereiden door een audit uit te laten voeren door een BRZO specialist. Onze adviseurs zijn direct betrokken bij het tot stand komen van de PGS6. Klik hier voor meer informatie.

 

Aardbevingsrisico’s en PGS6

Aardbevingen komen wel degelijk voor in Nederland. Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen twee typen aardbevingen: tektonische en geïnduceerde. Tektonische aardbevingen, ook wel natuurlijke aardbevingen genoemd, ontstaan door spanningen in de korst van de aarde. Deze komen met name voor in het zuiden van Nederland (Limburg). Geïnduceerde aardbevingen zijn aardbevingen ontstaan door menselijke activiteiten, zoals het winnen van gas, en komen vooral voor in het noorden van Nederland.

Medio oktober 2016 verschijnt de PGS 6:2016. Deze vervangt de PGS 6:2006. Aanleiding van de herziening was de Nederlandse implementatie van de Seveso III-richtlijn: Brzo 2015 en Rrzo. Een belangrijk thema in deze herzierning vormen de aardbevingsrisico’s. Het accent hierbij richt zich op de gevolgen van een aardbeving en de beperking daarvan. Hierbij is de kans op een aardbeving het vertrekpunt van de analyse. De aanpak van de analyse van overstromingsrisico’s, die wordt uitgewerkt in de nieuw te verschijnen PGS 6, bestaat uit vier stappen:

  • Is er een kans op een aardbeving?
  • Zo ja: stel vast wat de “zwaarte” van een mogelijke aardbeving is en wat de karakteristieken van deze bevingen zijn.
  • Voer een kwalitatieve impactanalyse uit.
  • Stel de mogelijke maatregelen vast om eventuele gevolgen te beperken.

In de te verschijnen PGS 6 de onderscheiden stappen per type aardbeving ( tektonische en geïnduceerde ) uitgewerkt. Op dit moment is er nog geen eenduidig landelijk beleidskader voor aardbevingen, zodat van bevoegde gezagen en bedrijven geen uitspraak kan worden verlangd of de risico’s afdoende beheerst zijn. Bovenstaande dient in ieder geval (stappen) wel uitgewerkt te zijn. Uw VNCW Consultants kunnen u hierbij ondersteunen.