Category Archives: Berichten

Inventarisatie knelpunten in innovatieve oplossingen binnen de chemie

Met een omzet van meer dan 50 miljard is de chemische keten erg belangrijk voor de Nederlandse economie. Er is binnen de sector behoefte aan meer innovatie en vooruitstrevendheid. Investeringen zijn echter vaak zeer kapitaalsintensief en de innovatie vraagt vaak om zekerstelling. Ook veiligheid staat daarbij continue hoog op de agenda. Diverse signalen laten echter zien dat er knelpunten zijn die de innovatie in de weg staan. Binnen het Project ‘Knelpunten in innovatieve oplossingen’ gaan we de hele chemische keten op systematische wijze onderzoeken om de innovatieve technieken, die niet in de praktijk toegepast (kunnen) worden omdat er obstakels zijn, naar voren te halen. Die obstakels kunnen om zeer uiteenlopende redenen ontstaan en aanwezig zijn, zoals wet- en regelgeving of omdat de techniek zelf nog onvoldoende ontwikkeld is.

Voor het vaststellen van de knelpunten zal systematisch onderzoek gedaan worden door middel van een eerste inventarisatie met vragenlijsten, enquêtes, gesprekken op locatie en nader documentenonderzoek. Iedereen binnen de chemische keten, dus producenten, handelaren, installateurs en chemie logistiek wordt gevraagd mee te denken. Een eerste enquête is terug te vinden op www.chemiebank.nl/Enquete2019-01 Deel uw knelpunten wanneer u ze kent en vul de enquête.

Bedrijven in de chemie gaan op bedrijfsbezoek

Er zijn in de chemische keten veel goede praktijken beschikbaar, maar de kennis daarover schiet nogal eens te kort en de vertaling van theorie naar praktijk blijkt vaak ook lastig. Een tournee langs verschillende chemische locaties gaat de sector de mogelijkheid geven om op locatie kennis en ervaringen uit te wisselen. Het doel is dat de theoretische kennisoverdracht op locatie direct gevolgd wordt door het in de praktijk bekijken en behandelen van een aantal goede praktijken. Het gaat hierbij om uiteenlopende actuele kennis waarbij veiligheid op de een of andere manier een rol speelt, maar ook innovatie en nieuwe technieken.

Bedrijven kunnen naast deelnemen aan een locatiebezoek ook zichzelf aanmelden als tourlocatie en hun best practice delen. Leden van het netwerk VV kunnen zich kosteloos inschrijven. Het delen van best practices, alsmede het in de praktijk laten zien van deze best practices, nieuwe technieken en het bespreken van valkuilen en het aankaarten van problematiek is het doel. Leren van en met elkaar. Hoewel het programma nog niet compleet is kan men zich al wel inschrijven voor de eerste twee tours: https://chemie-on-tour.nl/sachem-zaltbommel en https://chemie-on-tour.nl/broekman-venlo

Het aanvragen van een omgevingsvergunning vaak omslachtiger dan gedacht

In de praktijk blijkt het aanvragen van een omgevingsvergunning veel omslachtiger dan vooraf ingeschat. Trajecten van plan tot vergunningverlening nemen in de praktijk soms wel 3 jaar in beslag. Dat is vooral het geval bij trajecten waarbij de aanvrager weinig verstand van zaken heeft en het wel zelf denkt te kunnen. In een logistieke omgeving, waarin snel handelen vereist is een dergelijk lang traject een no-go. Alvorens ergens te vestigen is het daarom vooral verstandig alvorens een vergunningstraject in te gaan na te gaan of de locatiekeuze om te beginnen een verstandige keuze zal zijn.

Bij de locatiekeuze van een bedrijf is een inventarisatie van het bestemmingsplan noodzakelijk en dienen de volgende vragen beantwoord te worden op basis van de voorgenomen activiteiten en bouwplan:

Zijn de beoogde activiteiten c.q. is het beoogde gebruik rechtstreeks toegestaan conform planregels bestemmingsplan en de bijbehorende verbeelding?

  • Zo nee, kan het beoogde gebruik conform de planregels van het bestemmingsplan toegestaan worden door middel van een binnenplanse afwijking (“vestiging van een bedrijf met bedrijfsactiviteiten die niet als zodanig opgenomen zijn in de Staat van bedrijfsactiviteiten bij de planregels kunnen toegelaten worden mits dit bedrijf naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen is met de toegelaten milieucategorie”)?
  • Zo nee, kan het beoogde gebruik mogelijk gemaakt worden door middel van een buitenplanse afwijking c.q. bestemmingsplanwijziging?

Om na te gaan of het beoogde gebruik op de locatie mogelijk of wenselijk is zal echter eerst vooroverleg gevoerd moeten worden met bevoegd gezag. Indien dit positief ontvangen wordt, dient een principeverzoek om planologische medewerking om het beoogde gebruik mogelijk te maken ingediend te worden. Indien het college van B&W een positief principebesluit neemt, kan vervolgens de bestemmingsplanprocedure opgestart worden.

Bedrijven doen er goed aan om een adviseur te kiezen die rekening wil houden met de omgeving van het bedrijf. Waar staat het bedrijf? Wat kan bepalend zijn voor die omgeving? Als advies geven de heren mee om je vroegtijdig te laten informeren. Sparren met de brandweer in een vroege fase is raadzaam. Bent u op zoek naar een adviseur voor het aanvragen van uw omgevingsvergunning?

 

Handelen in strijd met bepalingen van je vergunning voorkomen

Veruit het merendeel van de bedrijven in Nederland is niet bekend met de inhoud van de voorschriften van hun WABO omgevingsvergunning. Hierdoor lopen zij kans de wet de overtreden terwijl zij denken zich netjes aan de regels te houden. Representatief onderzoek laat dit zien.

Zelf de bedrijven die zich in de meer risicovolle business begeven zoals de opslagbedrijven van gevaarlijke stoffen (PGS 15) weten vaak niet wat er in hun omgevingsvergunning staat. Doordat voorschriften aan de milieuvergunning zijn gekoppeld (van toepassing zijn verklaard), houdt een overtreding in dat handhavend (bestuursrechtelijk en of strafrechtelijk) kan worden opgetreden.

Maar alles begint bij de vergunningaanvraag en vergunningverlening. Het is van belang dat vergunninghouder en het bevoegd gezag, voorafgaand aan de vergunningverlening, bepalen en vastleggen welke voorschriften van normen en andere verplichtingen aan de vergunning zullen worden gekoppeld, welke niet en welke zaken op welke afwijkende wijze zullen worden geregeld. Het voorkomen van het in strijd met de vergunning handelen betekent dus dat deze vergunning ‘past’.

Zorg er vervolgens voor dat de belangrijkste voorschriften van de vergunning ‘vertaald’ en vastgelegd worden in procedures en werkvoorschriften. Zorg er tevens voor dat er tenminste jaarlijks intern geaudit wordt op vergunningseisen en zorg er voor dat de vergunning jaarlijks wordt gereviewed wordt in het kader van documentenbeheer. Met deze maatregelen zorg je er voor dat er niet in strijd met bepalingen van de WABO omgevingsvergunning gehandeld wordt.

Integrale aanpak aanvraag omgevingsvergunning vaak gewenst

WABO

Het aanvragen van een WABO omgevingsvergunning vraagt om een integrale aanpak. Zowel bouwrelevante eisen alsmede eisen vanuit het milieu en veiligheidsaspecten dienen bij een vergunningsaanvraag op elkaar afgestemd zijn. En dat vraagt om een gecoördineerde aanvraag waarbij goede afstemming zeer belangrijk is.

Zeker bij de complexere bedrijven verdient een integrale aanpak de voorkeur. Zo vraagt de opslag van gevaarlijke stoffen een ‘scenario denken’ waarbij niet alleen de stoffen zelf aangevraagd dienen te worden, maar ook eisen aan de WBDBO – / brandwerendheid voor de constructie-, het dak, de wanden en de deuren gesteld worden. Ook aan de uitgangspuntendocument voor de blusinstallatie, de QRA, MRA en de scenario’s voor het bedrijfsnoodplan, de PGS15 GAP analyse en een ATEX document moet gedacht worden. En dan doen we nog maar een kleine greep uit de documenten waar je aan moet denken bij middelmatig complexe organisaties. Voor een bedrijf dat onder het BRZO / Seveso valt wordt de complexiteit een stuk groter. De aanvraag van een omgevingsvergunning vraagt dan de inzet van een specialist die in staat is de aanvraag in al zijn facetten geïntegreerd op te maken. Waar bij veel bureaus de kennis versnipperd is, hanteert VNCWConsultants bij een aanvraag omgevingsvergunning een integrale benadering. Hierdoor worden aanvragen sneller en met minder extra informatiebehoefte van de overheid behandeld.

PGS 31 voor ‘overige gevaarlijke vloeistoffen’ naar de programmaraad

BRZO

De PGS 31: ‘Overige gevaarlijke vloeistoffen: opslag in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties’ is bijna definitief en is gisteren naar de programmaraad gestuurd. Na goedkeuring door de Programmaraad, zal er worden overgegaan tot de publicatie van PGS 31.

In deze richtlijn zijn de regels opgenomen voor het ontwerpen, bouwen, gebruiken (inwerking hebben), onderhouden, inspecteren/herclassificeren (in stand houden) van installaties voor opslag van gevaarlijke vloeistoffen (anders dan verpakte chemicaliën en brandstoffen), waarmee een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu wordt gerealiseerd. Voor de bepaling van het
vereiste beschermingsniveau is uitgegaan van de stand der techniek die geldt voor de bouwkundige uitvoering van opslagvoorzieningen, brandbestrijdingssystemen (dit betreft een samenstel van
preventieve, preparatieve, en repressieve voorzieningen) en arbeidsmiddelen.

Tijdens de externe commentaarronde waren er ruim 800 commentaren binnengekomen. Deze commentaren zijn in eerste instantie door kleine werkgroepen voorbesproken en voorzien van
een eerste commentaar. Dit is vervolgens besproken in het kernteam. Na 7 overleggen in het kernteam, bleek dat er nog een aantal punten waren waar geen consensus over te verkrijgen was.
In eerste instantie is door de Programmaraad besloten om te stoppen met PGS 31 oude stijl en direct, met een nieuw team en een nieuwe voorzitter door te gaan met PGS 31 nieuwe stijl. De nieuwe
voorzitter, Ruud Peeters heeft hiervoor gesprekken gevoerd met de diverse stakeholders (deelnemers van het kernteam) en dit teruggekoppeld naar de Programmaraad. Hierin heeft Ruud Peeters de Programmaraad geadviseerd, mede op verzoek van de deelnemers van het kernteam, om de PGS 31 oude stijl af te ronden met het huidige kernteam, aangevuld met een afvaardiging vanuit I-SZW. De Programmaraad heeft dit advies overgenomen.

 

Chemielogistiek heeft behoefte aan praktische kennis chemie

Kennis met betrekking tot chemie beperkt zich bij veel PGS15 opslagbedrijven tot kennis van de voorschriften, zoals de indeling van stoffen en de inhoud van het veiligheidsblad. Toch moeten er risico’s beoordeeld worden op het gebied van stoffen en chemische reactiepatronen die een meer praktijkgericht inzicht vragen: stoffen die met elkaar een reactie aangaan moeten op basis van de PGS15 uit elkaar geplaatst worden, bij incidentmanagement dienen de juiste handelingen te worden verricht, zoals bijvoorbeeld het neutraliseren van een stof. Omdat de Chemie logistiek duidelijk behoefte heeft aan feitelijke kennis over chemie heeft de branchevereniging VNCW een subsidie gekregen voor de ontwikkeling van een praktijkgerichte cursus om deze kennis onder de opslagbedrijven en andere ketenpartners te vergroten. lees verder: http://vncw.nl/chemielogistiek-behoefte-aan-praktische-kennis/

PGS 14 handreiking voor brandbeheersings- en brandblussystemen gepubliceerd

PGS 14:2017 ‘Vastopgestelde brandbeheersings- en brandblussystemen – Handreiking voor de toepassing bij PGS 15 opslagen’ is gepubliceerd. PGS 14 is bedoeld voor brandweer en andere partijen die betrokken zijn bij de keuze, aanleg, onderhoud, inspectie, toezicht, controle en handhaving en gebruik van Vastopgestelde Brandbeheersings- en Brandblussystemen (VBB-systemen). PGS 14 moet in samenhang met PGS 15 worden gelezen. In PGS 14 zijn de toepassingsmogelijkheden, beperkingen en aandachtpunten uitgewerkt bij het toepassen van VBB-systemen in PGS 15 opslagen.

Achtergrond
In het verleden is met name op verzoek van de brandweer het Supplement bij CPR 15-2 geschreven omdat destijds nog weinig normatieve referentiekaders beschikbaar waren waartegen dergelijke systemen konden worden ontworpen en aangelegd. Daarin is verandering gekomen. Normatieve referentiekaders zijn tegenwoordig zodanig expliciet dat nu meer behoefte is aan een document dat ingaat op de mogelijkheden en beperkingen van de diverse VBB-systemen en de onderwerpen die aandacht verdienen in het proces van realisatie van de opslaglocatie en de gebruiksfase ervan. Deze nieuwe versie van PGS 14 is vanuit die invalshoek geschreven.

Direct naar PGS 14:2017

In werking treden omgevingswet uitgesteld tot 1 januari 2021

Een paar maanden geleden kondigde minister Schult aan dat de planning van de Omgevingswet opnieuw uitgesteld zou worden. De nieuwe datum van inwerkingtreding heeft ze nu bekend gemaakt en wordt 1 januari 2021. Deze datum is in goed overleg met de provincies, gemeenten en waterschappen vastgesteld. Deze nieuwe datum heeft geen gevolgen voor de einddatum van de transitie, welke op 2029 ligt.

De reden voor de uitstel is dat er meer tijd nodig is om de wetgeving zorgvuldig te kunnen afronden. Het gaat om een grote wetgevingsoperatie met verschillende onderdelen die gelijktijdig worden ontworpen, zoals de ministeriële regeling, invoeringsregelgeving en de vier Aanvullingswetten. Ook diverse PGS-en worden op dit moment herzien in nieuwe stijl. Ook die trajecten gaan langer duren

Alles is erop gericht om de nieuwe datum van inwerkingtreding te halen. Tegelijkertijd zijn er onzekerheden waarop het ministerie beperkt of niet kan sturen. De planning zal daarom ieder jaar worden getoetst op haalbaarheid, waarbij bekeken wordt of er extra inspanningen nodig – en mogelijk zijn om de datum van 1 januari 2021 te halen.

Concept PGS 7 beschikbaar voor openbaar commentaar

Het concept van PGS 7 ‘Opslag van vaste minerale anorganische meststoffen’ is omgezet in Nieuwe Stijl en gereed voor commentaar. Alle geïnteresseerden kunnen het concept inzien en eventuele opmerkingen sturen aan het PGS-projectbureau.

De nieuwe PGS 7 beschrijft hoe vaste minerale anorganische meststoffen moeten worden opgeslagen volgens de stand der techniek. PGS 7 is in 2007 voor het laatst geactualiseerd. Er is sinds 2007, ondanks enkele buitenlandse incidenten, geen belangrijke nieuwe veiligheidsinformatie over de opslag van vaste minerale anorganische meststoffen beschikbaar gekomen. Dat betekent dat PGS 7:2017 in principe dezelfde stand der techniek beschrijft als in PGS 7:2007. Wel zijn er aanvullingen gedaan die de veiligheid verder bevorderen.

De belangrijkste reden om PGS 7 te herzien is het omzetten van deze PGS naar de Nieuwe Stijl. Deze Nieuwe Stijl zorgt ervoor dat de PGS-richtlijn gereed is voor de komst van de nieuwe Omgevingswet en het bijbehorende Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). In de PGS Nieuwe Stijl speelt de zogenaamde risicobenadering een nieuwe belangrijke rol. Dit is een systematische aanpak waarbij een PGS-team start met een inventarisatie en beoordeling van de risico’s. Vervolgens stelt het team op basis van de risico’s de doelen en daaraan gekoppelde maatregelen vast.

Belangrijke uitgangspunten bij de actualisatie van PGS 7 zijn:
• de basis van de richtlijn wordt gevormd door de wettelijke kaders (o.a. Omgevingswet, Bal, Arbeidsomstandighedenwet en de Wet veiligheidsregio’s);
• daardoor een goede aansluiting op de praktijk van vergunningverlening, handhaving en toezicht;
• het op een heldere en transparante manier weergeven van de stand der techniek, waarbij duidelijk is waarom bepaalde voorschriften zijn opgenomen;
• als PGS-team zorgdragen voor een zorgvuldige weging bij het opnemen van doelen en maatregelen waarbij het risicoanalyseprincipe wordt toegepast.

Heeft u ondersteuning nodig bij het aanvragen van een Wabo omgevingsvergunning waarbij deze PGS een rol speelt? Neem dan contact met ons op.