Category Archives: Berichten

Integrale aanpak aanvraag omgevingsvergunning vaak gewenst

WABO

Het aanvragen van een WABO omgevingsvergunning vraagt om een integrale aanpak. Zowel bouwrelevante eisen alsmede eisen vanuit het milieu en veiligheidsaspecten dienen bij een vergunningsaanvraag op elkaar afgestemd zijn. En dat vraagt om een gecoördineerde aanvraag waarbij goede afstemming zeer belangrijk is.

Zeker bij de complexere bedrijven verdient een integrale aanpak de voorkeur. Zo vraagt de opslag van gevaarlijke stoffen een ‘scenario denken’ waarbij niet alleen de stoffen zelf aangevraagd dienen te worden, maar ook eisen aan de WBDBO – / brandwerendheid voor de constructie-, het dak, de wanden en de deuren gesteld worden. Ook aan de uitgangspuntendocument voor de blusinstallatie, de QRA, MRA en de scenario’s voor het bedrijfsnoodplan, de PGS15 GAP analyse en een ATEX document moet gedacht worden. En dan doen we nog maar een kleine greep uit de documenten waar je aan moet denken bij middelmatig complexe organisaties. Voor een bedrijf dat onder het BRZO / Seveso valt wordt de complexiteit een stuk groter. De aanvraag van een omgevingsvergunning vraagt dan de inzet van een specialist die in staat is de aanvraag in al zijn facetten geïntegreerd op te maken. Waar bij veel bureaus de kennis versnipperd is, hanteert VNCWConsultants bij een aanvraag omgevingsvergunning een integrale benadering. Hierdoor worden aanvragen sneller en met minder extra informatiebehoefte van de overheid behandeld.

PGS 31 voor ‘overige gevaarlijke vloeistoffen’ naar de programmaraad

BRZO

De PGS 31: ‘Overige gevaarlijke vloeistoffen: opslag in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties’ is bijna definitief en is gisteren naar de programmaraad gestuurd. Na goedkeuring door de Programmaraad, zal er worden overgegaan tot de publicatie van PGS 31.

In deze richtlijn zijn de regels opgenomen voor het ontwerpen, bouwen, gebruiken (inwerking hebben), onderhouden, inspecteren/herclassificeren (in stand houden) van installaties voor opslag van gevaarlijke vloeistoffen (anders dan verpakte chemicaliën en brandstoffen), waarmee een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu wordt gerealiseerd. Voor de bepaling van het
vereiste beschermingsniveau is uitgegaan van de stand der techniek die geldt voor de bouwkundige uitvoering van opslagvoorzieningen, brandbestrijdingssystemen (dit betreft een samenstel van
preventieve, preparatieve, en repressieve voorzieningen) en arbeidsmiddelen.

Tijdens de externe commentaarronde waren er ruim 800 commentaren binnengekomen. Deze commentaren zijn in eerste instantie door kleine werkgroepen voorbesproken en voorzien van
een eerste commentaar. Dit is vervolgens besproken in het kernteam. Na 7 overleggen in het kernteam, bleek dat er nog een aantal punten waren waar geen consensus over te verkrijgen was.
In eerste instantie is door de Programmaraad besloten om te stoppen met PGS 31 oude stijl en direct, met een nieuw team en een nieuwe voorzitter door te gaan met PGS 31 nieuwe stijl. De nieuwe
voorzitter, Ruud Peeters heeft hiervoor gesprekken gevoerd met de diverse stakeholders (deelnemers van het kernteam) en dit teruggekoppeld naar de Programmaraad. Hierin heeft Ruud Peeters de Programmaraad geadviseerd, mede op verzoek van de deelnemers van het kernteam, om de PGS 31 oude stijl af te ronden met het huidige kernteam, aangevuld met een afvaardiging vanuit I-SZW. De Programmaraad heeft dit advies overgenomen.

 

Chemielogistiek heeft behoefte aan praktische kennis chemie

Kennis met betrekking tot chemie beperkt zich bij veel PGS15 opslagbedrijven tot kennis van de voorschriften, zoals de indeling van stoffen en de inhoud van het veiligheidsblad. Toch moeten er risico’s beoordeeld worden op het gebied van stoffen en chemische reactiepatronen die een meer praktijkgericht inzicht vragen: stoffen die met elkaar een reactie aangaan moeten op basis van de PGS15 uit elkaar geplaatst worden, bij incidentmanagement dienen de juiste handelingen te worden verricht, zoals bijvoorbeeld het neutraliseren van een stof. Omdat de Chemie logistiek duidelijk behoefte heeft aan feitelijke kennis over chemie heeft de branchevereniging VNCW een subsidie gekregen voor de ontwikkeling van een praktijkgerichte cursus om deze kennis onder de opslagbedrijven en andere ketenpartners te vergroten. lees verder: http://vncw.nl/chemielogistiek-behoefte-aan-praktische-kennis/

PGS 14 handreiking voor brandbeheersings- en brandblussystemen gepubliceerd

PGS 14:2017 ‘Vastopgestelde brandbeheersings- en brandblussystemen – Handreiking voor de toepassing bij PGS 15 opslagen’ is gepubliceerd. PGS 14 is bedoeld voor brandweer en andere partijen die betrokken zijn bij de keuze, aanleg, onderhoud, inspectie, toezicht, controle en handhaving en gebruik van Vastopgestelde Brandbeheersings- en Brandblussystemen (VBB-systemen). PGS 14 moet in samenhang met PGS 15 worden gelezen. In PGS 14 zijn de toepassingsmogelijkheden, beperkingen en aandachtpunten uitgewerkt bij het toepassen van VBB-systemen in PGS 15 opslagen.

Achtergrond
In het verleden is met name op verzoek van de brandweer het Supplement bij CPR 15-2 geschreven omdat destijds nog weinig normatieve referentiekaders beschikbaar waren waartegen dergelijke systemen konden worden ontworpen en aangelegd. Daarin is verandering gekomen. Normatieve referentiekaders zijn tegenwoordig zodanig expliciet dat nu meer behoefte is aan een document dat ingaat op de mogelijkheden en beperkingen van de diverse VBB-systemen en de onderwerpen die aandacht verdienen in het proces van realisatie van de opslaglocatie en de gebruiksfase ervan. Deze nieuwe versie van PGS 14 is vanuit die invalshoek geschreven.

Direct naar PGS 14:2017

In werking treden omgevingswet uitgesteld tot 1 januari 2021

Een paar maanden geleden kondigde minister Schult aan dat de planning van de Omgevingswet opnieuw uitgesteld zou worden. De nieuwe datum van inwerkingtreding heeft ze nu bekend gemaakt en wordt 1 januari 2021. Deze datum is in goed overleg met de provincies, gemeenten en waterschappen vastgesteld. Deze nieuwe datum heeft geen gevolgen voor de einddatum van de transitie, welke op 2029 ligt.

De reden voor de uitstel is dat er meer tijd nodig is om de wetgeving zorgvuldig te kunnen afronden. Het gaat om een grote wetgevingsoperatie met verschillende onderdelen die gelijktijdig worden ontworpen, zoals de ministeriële regeling, invoeringsregelgeving en de vier Aanvullingswetten. Ook diverse PGS-en worden op dit moment herzien in nieuwe stijl. Ook die trajecten gaan langer duren

Alles is erop gericht om de nieuwe datum van inwerkingtreding te halen. Tegelijkertijd zijn er onzekerheden waarop het ministerie beperkt of niet kan sturen. De planning zal daarom ieder jaar worden getoetst op haalbaarheid, waarbij bekeken wordt of er extra inspanningen nodig – en mogelijk zijn om de datum van 1 januari 2021 te halen.

Concept PGS 7 beschikbaar voor openbaar commentaar

Het concept van PGS 7 ‘Opslag van vaste minerale anorganische meststoffen’ is omgezet in Nieuwe Stijl en gereed voor commentaar. Alle geïnteresseerden kunnen het concept inzien en eventuele opmerkingen sturen aan het PGS-projectbureau.

De nieuwe PGS 7 beschrijft hoe vaste minerale anorganische meststoffen moeten worden opgeslagen volgens de stand der techniek. PGS 7 is in 2007 voor het laatst geactualiseerd. Er is sinds 2007, ondanks enkele buitenlandse incidenten, geen belangrijke nieuwe veiligheidsinformatie over de opslag van vaste minerale anorganische meststoffen beschikbaar gekomen. Dat betekent dat PGS 7:2017 in principe dezelfde stand der techniek beschrijft als in PGS 7:2007. Wel zijn er aanvullingen gedaan die de veiligheid verder bevorderen.

De belangrijkste reden om PGS 7 te herzien is het omzetten van deze PGS naar de Nieuwe Stijl. Deze Nieuwe Stijl zorgt ervoor dat de PGS-richtlijn gereed is voor de komst van de nieuwe Omgevingswet en het bijbehorende Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). In de PGS Nieuwe Stijl speelt de zogenaamde risicobenadering een nieuwe belangrijke rol. Dit is een systematische aanpak waarbij een PGS-team start met een inventarisatie en beoordeling van de risico’s. Vervolgens stelt het team op basis van de risico’s de doelen en daaraan gekoppelde maatregelen vast.

Belangrijke uitgangspunten bij de actualisatie van PGS 7 zijn:
• de basis van de richtlijn wordt gevormd door de wettelijke kaders (o.a. Omgevingswet, Bal, Arbeidsomstandighedenwet en de Wet veiligheidsregio’s);
• daardoor een goede aansluiting op de praktijk van vergunningverlening, handhaving en toezicht;
• het op een heldere en transparante manier weergeven van de stand der techniek, waarbij duidelijk is waarom bepaalde voorschriften zijn opgenomen;
• als PGS-team zorgdragen voor een zorgvuldige weging bij het opnemen van doelen en maatregelen waarbij het risicoanalyseprincipe wordt toegepast.

Heeft u ondersteuning nodig bij het aanvragen van een Wabo omgevingsvergunning waarbij deze PGS een rol speelt? Neem dan contact met ons op.

Handreiking UPD voor VBB-systemen gepubliceerd

Brandveiligheid

De ‘Handreiking voor het opstellen van een Uitgangspunten Document (UPD) voor Vastopgestelde Brandbeheersings- en Brandblussystemen (VBB-systemen)’ is vrijgegeven op de PGS site.

Doel
De Handreiking UPD voor VBB-systemen heeft als doel om de gebruiker te helpen bij het opstellen van een UPD (Uitgangspuntendocument). De handreiking is gebaseerd op PGS 15, 2016 versie 1.0 (september 2016) en sluit ook aan bij de UPD-voorschriften van deze richtlijn. Een UPD kan ook bij andere PGS-richtlijnen worden gebruikt. Vooral hoofdstuk 7 biedt aanknopingspunten om het UPD breder toe te passen.

De handreiking beschrijft:
– de rol van de betrokken partijen;
– het proces waarlangs het UPD tot stand komt;
– de wijze waarop het document in de praktijk gebruikt zou moeten worden;
– de onderdelen die in het UPD aan de orde moeten komen.

Achtergrond
In de PGS 15 richtlijn wordt beschreven hoe verpakte gevaarlijke stoffen in hoeveelheden groter dan 10 ton op een veilige wijze worden opgeslagen. Als beschermingsniveau 1 vereist is, is ook een geschikt en bedrijfsgereed Vast opgesteld Brandbeheersing- en Brandblussysteem (VBB-systeem) nodig.

PGS 15 stelt, dat een VBB-systeem (of een combinatie van VBB-systemen) is ontworpen volgens het goedgekeurd UPD. In PGS 15 richtlijn is omschreven wat de functie van het UPD is, welke informatie het UPD moet bevatten, hoe, door wie en wanneer het UPD moet worden beoordeeld en goedgekeurd. Het goedgekeurde UPD neemt bij de uitvoering en beoordeling van VBB-systemen een centrale plaats in en is dan het leidende document.

Ondanks dat ook in voorgaande versies van de PGS 15 richtlijn uitleg is gegeven over de functie en inhoud van het UPD, bleek in de praktijk dat het opstellen, beoordelen en goedkeuren van het UPD vaak een moeizaam proces is. De redenen die hieraan ten grondslag liggen zijn divers. In iedere geval is duidelijk geworden dat de partijen die betrokken zijn bij het UPD proces behoefte hebben aan een handreiking.

Nu beschikbaar 
Op deze pagina kunt u de Handreiking UPD voor VBB-systemen downloaden. Wilt u een UPD laten opstellen door een adviseur, neem dan contact met ons op: klik hier.

Handreiking PGS risicobenadering

identificatie volgens handreiking

De PGS-reeks wordt omgezet naar een nieuwe stijl. Dit gebeurt in PGS-teams, op basis van een risicobenadering. Met de nieuwe stijl wordt transparanter waarom bepaalde voorschriften zijn opgenomen. Tegelijk krijgt de gebruiker meer houvast om alternatieve maatregelen toe te passen. De handreiking die de teams volgen bij de risicobenadering is nu beschikbaar.

De PGS-richtlijnen worden aangepast via een risicobenadering. De kern hiervan is dat een PGS-team vaststelt welke risico’s zich bij een installatie voor kunnen doen en wat nodig is om deze te voorkomen,te bestrijden en te beheersen. Dit wordt beschreven in scenario’s. VNCW Consultants kunnen u hierbij als adviseur ondersteunen

Op basis van de scenario’s worden vervolgens doelen geformuleerd. Doelen geven op een hoger abstractieniveau aan welke veiligheid gerealiseerd moet worden. De maatregelen geven vervolgens concreet aan hoé aan deze doelen kan worden voldaan. Uitgangspunt is de doelen toetsbaar te omschrijven zodat getoetst kan worden of met de maatregelen aan het doel wordt voldaan.

Voor het uitvoeren van de risicobenadering is een handreiking opgesteld. Deze beschrijft hoe een team systematisch scenario’s en doelen kan vaststellen. Een hulpmiddel daarbij is een risicomatrix. Deze geeft inzicht in de kansen en gevolgen van scenario’s en het effect van mogelijke maatregelen. Het vaststellen van de maatregelen gebeurt uiteindelijk met een geïntegreerde benadering op basis van expert judgement. Naast het inzicht van de matrix worden daarin overwegingen als BBT (best beschikbare techniek), stand der wetenschap, en de arbeidshygiënische strategie meegenomen. Onze specialisten kunnen u hierbij ondersteunen.

Ruimte voor alternatieve oplossingen
De nieuwe systematiek maakt in een oogopslag inzichtelijk welke risico’s van belang zijn bij een installatie of opslag en waarom bepaalde maatregelen daarvoor nodig zijn. Tegelijk bieden de doelen meer ruimte voor bedrijven om alternatieve maatregelen voor te stellen en handvatten voor de bevoegde gezagen om deze te beoordelen.

U kunt hier de handreiking downloaden. Wilt u ondersteuning van een specialist mail ons dan (info@vncw-consultants.nl).

Ageing thema voor BRZO bedrijven in 2017

In 2017 staat de veroudering van installaties hoog op de agenda van de inspecteurs bij de controle van BRZO bedrijven. Het begrip ageing heeft een brede betekenis, die niet alleen gaat over de ouderdom van systemen, maar ook over de identificatie en over de beheersing van de risico’s.

Voor BRZO bedrijven is het belangrijk om ageing herkenbaar in hun veiligheidsbeheersysteem terug te laten komen. Het onderwerp heeft invloed op veel verschillende VBS elementen en moet dan ook terug komen in verschillende topprocedures, beheersystemen en instructies.

Ageing kan gezien worden als veroudering van een installatie door corrosie, door slijtage, maar feitelijk gaat het om het onderliggende: het gaat vooral over wat je weet over het ontstaan van veroudering en hoe de installatie daadwerkelijk veranderd in de tijd. Dat begint met de inventarisatie van aanwezige apparatuur, de identificatie van alle onderdelen van die installaties en apparatuur op wat zou kunnen verouderen en op concrete tekenen van ouderdom  en het procedureel en in systematisch vastleggen van inspectiemomenten.

In de praktijk hebben veel bedrijf geen volledig zicht op de ouderdom van hun installaties of is de levensduur niet geïdentificeerd. Bedrijven die dit jaar nog met het onderwerp moeten beginnen, moeten haast maken. Het is al langer bekend dat er door de inspectiediensten op dit onderdeel geaudit gaat worden. Adviesbureau VNCW consultants ontwikkelde een audit op het onderwerp om bedrijven door te lichten en op weg te helpen door concreet handen en voeten te geven aan het onderwerp. klik hier voor meer info.

BRZO+ inspecteurs aan de slag met thema Ageing

In het Brzo 2015 is veroudering van installaties en corrosie (‘ageing’) als nieuw aandachtspunt opgenomen. Vanaf 2017 gaan de BRZO+ inspecteurs door het gebruiken van een nieuw inspectie- instrument het thema Ageing inspecteren. Dit instrument is ontwikkeld om ageing te inspecteren bij de reguliere inspecties op arbeidsveiligheid, brandveiligheid en milieuveiligheid. Dit past binnen de bestaande BRZO+ inspectiemethodieken. De meerwaarde van het thema Ageing is dat er zowel inhoudelijk als op systeemniveau op de onderwerpen wordt ingegaan. Er wordt op een gestructureerde wijze in relatie tot de VBS-elementen uit het Brzo 2015 bekeken. Hierdoor ontstaat op termijn een goed beeld over de mate van beheersing van de risico’s die verband houden met ageing binnen alle VBS elementen.

Wat is Ageing?

Ageing gaat niet alleen over hoe oud je equipment is. Het gaat vooral over wat je weet over haar staat en hoe deze verandert in de tijd. Ageing van installaties is het effect waarbij een component lijdt aan een of meer vormen van materiaal verslechtering en beschadiging (meestal, maar niet persé, geassocieerd met de leeftijd en bedrijfstijd). Hierdoor neemt de kans op falen met het verloop van de tijd toe.

Een definitie voor ageing is vastgesteld omdat het een zeer veelomvattend begrip is. De definitie is overgenomen van de Engelse Health and Safety Executive (HSE). De resultaten van de inspecties van het thema Ageing zullen op termijn leiden tot meer kennis en ervaring bij alle partijen.

Ook bij de Brzo-bedrijven zal naar verwachting de komende jaren een verdere ontwikkeling plaatsvinden om ageing-aspecten (in brede zin) herkenbaar in hun (veiligheids-) managementsysteem op te nemen. Bijvoorbeeld in hun managementsystemen voor onderhoud of operational integrity van al hun ‘assets’. Het kan eventueel leiden tot het bijstellen van het inspectie instrument Ageing.

Voorbereiden.

Als BRZO bedrijf kun je je goed voorbereiden door een audit uit te laten voeren door een BRZO specialist. Onze adviseurs zijn direct betrokken bij het tot stand komen van de PGS6. Klik hier voor meer informatie.