Aan gevaarlijke stoffen verwante stoffen en handelsgoederen tellen mee voor de vergunningsplicht

WABO

Met betrekking tot de opslag van verpakte gevaarlijke stoffenIn categorie 4.4, onder j, van bijlage I bij het Bor is in Oktober een wijziging aangebracht ten aanzien van de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen. Geregeld is dat er een vergunningplicht geldt voor opslagvoorzieningen voor verpakte gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen waar in totaal meer dan 10.000 kg aan gevaarlijke stoffen of CMR stoffen, aan gevaarlijke stoffen verwante stoffen en handels-goederen, opgeslagen als stukgoed, aanwezig is. De wijziging behelst twee aspecten. In de eerste plaats wijzigt de basis van de vergunningplicht van een opslagvoorziening met een bepaalde capaciteit naar de daadwerkelijke aanwezigheid van een hoeveelheid stoffen in een opslagvoorziening. In de tweede plaats worden, naast de hoeveelheid opgeslagen verpakte gevaarlijke stoffen, nu ook de zogeheten aan gevaarlijke stoffen verwante stoffen en handelsgoederen, opgeslagen als stukgoed, meegeteld voor de vergunningplicht voor de opslag voor verpakte gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen.

Met betrekking tot het eerste aspect was het tot nog toe mogelijk dat er binnen een inrichting een opslagcapaciteit aanwezig was voor meer dan 10.000 kg verpakte gevaarlijke stoffen, waarbij in de praktijk die hoeveelheid opgeslagen gevaarlijke stoffen nooit de 10.000 kg overschreed. Toch was er dan sprake van een vergunningplicht. In de voormalige situatie kon voorts onduidelijk zijn wanneer sprake is van een vergunningplicht, omdat het begrip opslagcapaciteit verschillend kon worden geïnterpreteerd. Hierbij moest bepaald worden wat de begrenzing van de voorziening is, terwijl dat niet altijd duidelijk is, zodat ook de opslagcapaciteit niet duidelijk is. Evident is voorts dat de opslagcapaciteit (in gewicht) voor een voorziening van een bepaalde omvang (in vierkante meters of volume) kan variëren afhankelijk van het soort stoffen dat wordt opgeslagen en de wijze van opslag. Voor een opslagvoorziening is het hierdoor mogelijk dat op het ene moment er relatief zware producten worden opgeslagen, zodat meer dan 10 ton wordt opgeslagen, terwijl op een ander moment lichtere producten met een totaal gewicht van minder dan 10 ton worden opgeslagen, zodat daarmee geen sprake is van een vergunningplicht. Met de nieuwe bepaling zijn deze onduidelijkheden weggenomen. Als gevolg van de wijziging in dit besluit zal er slechts een vergunningplicht gelden indien de opslagfaciliteit daadwerkelijk gevuld wordt met meer dan 10.000 kg verpakte gevaarlijke stoffen, CMR-stoffen, aan gevaarlijke stoffen verwante stoffen en handelsgoederen. Bij toezicht kan geconstateerd worden of er meer dan 10 ton wordt opgeslagen.

Gelijktijdige opslag van ongevaarlijke- en gevaarlijke stoffen kunnen leiden tot een omgevingsvergunning.

Ten aanzien van het tweede aspect geldt dat een opslagvoorziening voor gevaarlijke stoffen waar bijvoorbeeld 8.000 kg aan gevaarlijke stoffen en 5.000 kg aan handelsgoederen aanwezig is, onder de vergunningplicht valt. De wijziging met betrekking tot het meetellen van handelsgoederen bij de opslag van gevaarlijke stoffen komt voort uit de geactualiseerde PGS 15 (PGS 15:2016). PGS 15 is de uitgave uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen waarin de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen wordt behandeld. De geactualiseerde PGS 15 maakt het mogelijk dat in de opslagvoorziening voor verpakte gevaarlijke stoffen ook handelsgoederen in de vorm van stukgoed en aan gevaarlijke stoffen verwante stoffen kunnen worden opgeslagen. Deze wijziging in de PGS 15 betekent een verruiming van de mogelijkheden voor bedrijven bij de opslag. Daarbij is de voorwaarde opgenomen dat indien de totale hoeveelheid verpakte stoffen in een opslagvoorziening boven de 10.000 kg uitkomt, de gehele opslag onder de

Print Friendly, PDF & Email